Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
3. BEWEGING VAN DE AARDE OM HARE AS.
28. Gronden voor de asbetteging tan de Aarde. Ofschoon
wij tot nog toe de Aarde beschouwden als het middelpunt, waarom
zich het hemelgewelf met al de hemelligchamen draaide, zoo
pleiten toch verschillende omstandigheden voor het tegengestelde.
De gronden, die wij aanvoeren zullen, volgen« welke de Aarde
zich in 24 uren om hare as wentelt, komen op het volgende neêr:
1°. de asbeweging van de Aarde doet de verschijnselen aan het
hemelgewelf eenvoudiger verklaren,
2°. de asbeweging van de Aarde geeft de reden voor hare af-
platting aan, '
3°. de asbeweging van de Aarde is in overeenstemming met het-
geen aan andere hemelligchamen wordt waargenomen,
4°. de asbeweging doet eenige verschijnselen bij vallende of
voortgeworpen ligchamen verklaren,
5o. de asbeweging van de Aarde doet eene verklaring geven van
de oostelijke rigting der passaatwinden;
6°. de asbeweging van de Aarde kan dienen ter verklaring van het
verschil in lengte van den seconde-slinger op verschillende plaatsen,
7o. de asbeweging van de Aarde maakt de omdraaijing van het
slingervlak van eenen vrij hangenden slinger duidelijk.
Wij zullen op elk dezer punten afzonderlijk wijzen.
1°. Verschijnselen aan ubt hemelgewelf. Al de sterren
zon en maan schijnen zich in 24 uren in eene rigting van het Oos-
ten naar het Westen om de Aarde te bewegen, die zich aan ons
als het middelpunt van het hemelgewelf voor doet. Het geheele
hemelgewelf, dat zoo ver van ons verwijderd is dat een verschil
in standplaats op de Aarde geen verschil oplevert in de rigting,
waarin wij de pool des hemels zien, is dus, als wij het als een vast
gewelf met daarin geplaatste hemellichten beschouwen, het opper-
vlak van eenen bol, die oneindig groot is in vergelijking van dc
Aarde. Die holle bol zou dus met eene onberekenbare snelheid in
24 uren om hare as cn om de Aarde moeten wentelen, ten einde
de afwisseling van dag en nacht, alsmede het op- en ondergaan der
hemelligchamen te kunnen doen plaats hebben. Wentelt zich echter
de Aarde in 24 uren éénmaal om hare as in de rigting van het