Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
HO

17
nscüm

;ting
iggen,
loopt, zoo zulleii op
van MN en dus op dii meridta£®lrnjg-itpii- tjf -plengde
in eene noordelijke rig^g van t gelegen zi^n,!?!'^^ plaa^n op
de Aarde, die van t af TB' Üe itgtag^yan -dgilijn-M&-^op den
meridiaanboog taz of diens verlengde liggen in eene zuidelijke rigting
van t gelegen zijn, — De lijn OW in den horizon, regthoekig op
de lijn ZN getrokken, wijst in O het oostpunt en in W het
westpunt van den horizon. Het vlak OTW of de eerste verticaal
snijdt dus de Aarde volgens den grooten cirkel otw. Plaatsen,
die van t af in de rigting MO of in den boog to of diens ver- ■
lengde liggen, zijn in eene oostelijke rigting van t gelegen, terwijl
plaatsen, die van t of in de rigting van MW of in den boog tw
of diens verlengde liggen, in eene westelijke rigting van t gelegen
zijn. Hoe nu ook de as des hemels ten opzigte van den horizon
eener plaats moge staan, of van welke plaats de horizon genomen
worde, altijd blijft deze streekbepaling dezelfde.
26. Eebste mebidiaan , lengte en breedte op de Aaede.
Om de ligging van punten op het oppervlak der Aarde te bepalen,
heeft men even als voor de plaatsbepaling aan het hemelgewelf,
een stelsel van coördinaten-assen moeten aannemen. Daartoe bieden
de aequator en dc meridianen een geschikt middel aan. De meridianen
staan regthoekig op den aequator. Weet men onder welken meri-
diaan eene plaats ligt, en hoeveel graden zij op dien meridiaan vau
den aequator verwijderd is, dan is de ligging van die plaats be-
kend. — Om nu eenigen meridiaan te bepalen, moet men er
een aannemen, ten opzigte van welken men den stand van andere
meridianen bepaalt. Deze meridiaan, die willekeurig aangenomen
kan zijn, heet de eertte meridiaan. Voor zeekaarten neemt men
doorgaans, tot eersten meridiaan, den meridiaan van de sterrewacht
te Greenwich; voor landkaarten dien van het eiland Ferro (*)
of van Parijs. — Nemen wij den meridiaan PAP', fig. 16, als
eersten aan, dan is de hoek APB of de hoek AMB, dien de
meridiaan PBP' van eenige plaats met den eersten meridiaan maakt
de aardrijkskundige lengte van die plaats. Daar nu die lioek APB
gelijk is aan den hoek AMB of aan den hoek amb, en deze hoeken
(*) De zoogenaamde eerstfe meridiaan vau Fcrro loopt niet over het eiland
i'erro, maar 20° westelijk van Parijs,
-l