Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
dat de pool des hemels ia den horizon ligt, en dat dus eene ster
die in het oostpunt (10) opkomt, of den aequator des hemels be-
schrijft, door het topppunt gaat, dan zullen alle plaatsen, door wier
toppunt die ster gaat, op eenen grooten cirkel a'b'c' van den bol
liggen. Op de plaatsen a' en b' zal eene zelfde ster niet gelijktij-
dig culmineren, en de tijd, die er tusschen de culminatiën van de
ster verloopt, zal wederom in graden den boog a'b' doeu kennen.
Daaruit nu is, als men den boog van a' tot b' gemeten heeft, we-
derom de omtrek van den grooten cirkel a'b'c' te berekenen.
33. Wabe hoeizon, as en polen van de aahde. Indien men
voor eene plaats t op het oppervlak der Aarde, fig. 15, de verti-
caal tT trekt, en deze tot in het middelpunt M van de Aarde
verlengt, en op deze lijn tM regthoekig in M een plat vlak ZONW
stelt, dan snijdt dit vlak het hemelgewelf, volgens den cirkel
ZONW. Dit vlak heet de ware horizon. Dit vlak deelt dus de
bolvormige Aarde in twee gelijke deelen, en snijdt haar dus volgens
eenen grooten cirkel. Nemen wij nu op het oppervlak der Aarde
een punt t', dat juist tegenover het punt t ligt, zoodat de lijn t'M
het verlengde van tM is, dan is ook het vlak ZONW de ware
horizon van t'. —■ De ware horizon van eenige plaats loopt blijkbaar
evenwijdig aan den schijnbaren horizon, en aan de kim. Voor alle
plaatsen op de Aarde gaat dus de ware horizon door haar mid-
delpunt.
Iedere plaats op het oppervlak der Aarde hebben wij aange-
merkt als het middelpunt van het hemelgewelf, en de lijn die
van dat punt naar de pool des hemels getrokken werd, noemden
wij de as des hemels. Daaruit zou nu kunnen volgen, dat het
bolvormige hemelgewelf verschillende assen had, die allen op een
zelfde punt, de pool des hemels, nitliepen. Neemt men echter,
200 als later blijken zal, aan, dat de middellijn van de Aarde on-
eindig klein is, in vergelijking van den afstand van de xAarde tot
de pool des hemels, dan zal men al die zoogenaamde assen als
eene enkele kunnen aanmerken, en de ware as des hemels zal dan
door het middelpunt der Aarde moeten gaan, zoodat de Aarde, eu
dus haar middelpunt, het middelpunt van het hemelgewelf wordt.
De lijn pp', volgens welke de as des hemels de Aarde snijdt, noemt
men de as der Aarde. Deze is dus een deel van de as des hemels.
De punten p en p', in welke deze as het oppervlak der Aarde