Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
een punt des hemels, waarnaar de zuidpool van de inelinatie-naald
gerigt is. Komen de stralen daar te zamen, dan vormen zij een
fraaije lichtkroon.
Terwijl het noorderlicht den hemel opluistert, is de declinatie-naald
onrustig niet alleen op plaatsen, waar het noorderlicht gezien wordt,
maar ook in andere meer verwijderde streken. De declinatie-naald
kan dan iu weinige minuten 3, 4 tot 5 graden uit haren stand
gaan. De intensiteit der aardmagneetkracht schijnt kort voor het
verschijnen van het noorderlicht belangrijk toe te nemen, en weder
af te nemen naarmate het noorderlicht in pracht toeneemt.
Het noorderlicht schijnt zich niet buiten den dampkring te be-
vinden , en geene belangrijke hoogte te bereiken, zoodat het dikwijls
den onderkant der wolken verlicht.
Bij de naauwkeurigste waarnemingen in de noordelijke streken
heeft men echter daarbij nooit eenig geluid gehoord.
In de streken bij de zuidpool wordt een dergelijk lichtverschijnsel
waargenomen, dat men het zuiderlicM zou kaxmeiL noemen, —en aan
beide verschijnsels heeft men den naam van poollichten gegeven. —
"Volgens sommige waarnemingen komen noorder- en zuiderlichten
gelijktijdig voor, en hoe zeer het nu duidelijk moge zijn dat beiden
met het aardmagnetisme in verband staan, zoo zijn zij echter tot
nog toe evenmin verklaard als het aardmagnetisme zelf.
16