Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-239
eerste is het, die de inclinatie-naald in haren stand terugbrengt, en
de andere, dio eene ontbondene van de eerste is, brengt de naald
in den magnetischen meridiaan terug. Noemen wij de totale intensiteit
op twee plaatsen I en 1', de inclinatie i en i', en het aantal
schommelingen van de inclinatie-naald in eenen gegeven'tijd op eenige
plaats n en n', en van de declinatie-naald m en m', dan is
I :r = n':n", en
I cos i : I' cos i' = m': m".
Hiernaar heeft men de betrekkelijke sterkte van de magneetkracht
op verschillende plaatsen bepaald.
Ter vergelijking van de totale intensiteit van het aardmagnetisme
nam Van Humboldt de totale intensiteit van een punt, op !<> 2'
zuiderbreedte en 81° 8'westerlengte van Parijs, in d(_n magnetischen
aequator als eenheid aan. Naar dien maatstaf is de totale intensi-
teit te Parijs ongeveer 1,35, te Londen 1,37, te Christiania 1,43.
Andere natuurkundigen hebben echter eene andere schaal ter ver-
gelijking van de aardmagneetkracht aangenomen.
154. Isodynamische lijnen, maximum en minimum tan de in-
tensiteit dek aabdmagneetkkacht. — ludicu mcu op hct Oppervlak
der Aarde lijnen trekt over plaatsen, waar de intensiteit van de
magneetkracht der Aarde gelijk is, dan worden deze lijnen isodyna-
misch» lijnen genoemd. Deze lijnen loopen zeer onregelmatig. — Trekt
men eene lijn over punten, waar de totale intensiteit in de verschil-
lende meridianen een minimum is, dan wordt deze lijn de dynamische
aequator genoemd. Zulk een punt, waar de totale intensiteit het
kleinst is, schijnt bij St. Helena te liggen. De intensiteit is daar
slechts 0,8. Rondom dit punt, en vooral noordelijk en zuidelijk
daarvan neemt de intensiteit toe.
In Noord-Amerika vindt men binnen de geslotene isodynamische
lijn van 1,7, op 52» 19' noorderbreedte en 100° westerlengte van
Parijs een punt, waar de totale intensiteit een maximum bereikt en
1,763 bedrangt. Een dergelijk punt ligt in Siberië op 70° voor-
derbreedte en 120° oosterlengte van Parijs. De totale intensiteit
is daar 1,692. — Even zoo zijn in het zuidelijke halfrond ook twee
punten, waar de intensiteit een maximum is. De ligging van deze
punten is echter niet volkomen juist bepaald. — Bovendien is het
duidelijk dat de isodynamische lijnen, en de intensiteit van de aard-
magneetkracht veranderlijk zijn.