Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-237
gebogene lijn vormen, die de middagcirkels snijden zal onder
hoeken, welke de declinatie voor de plaats van snijding aangeven.
Deze lijnen worden de magnetuche meridianen genoemd.
Volgt men deze magnetische meridianen, dan zal men zien dat
zij in het noordelijk en zuidelijk halfrond zamenloopen. Deze
punten, waar ook de isogonische lijnen te zamen loopen, kan men
magnetische polen noemen.
151. Incliiiatie van de magneetnaald. —Indien eene magneet-
naald zoodanig opgehangen wordt, dat een horizontale as door haar
zwaartepunt gaat, zoodat zij zich vrij om die as in een verticaal-
vlak bewegen kan, en de naald zoodanig gesteld is dat dat verticale
vlak met het vlak van den magnetischen meridiaan der plaats te zamen
valt, dan zal in onze streken de naald met hare noordpool neder-
waarts duiken, en met den horizon eenen hoek van omstreeks 68» ma-
ken. — Deze hoek wordt de inclinatie van de magneetnaald genoemd.
Op sommige plaatsen heeft de magneetnaald geene inclinatie,
zoodat zij horizontaal staat; op andere plaatsen duikt de noordpool
van de magneetnaald naar beneden, en op andere plaatsen is het
de zuidpool.
De inclinatie van de magneetnaald is even als de declinatie aan
storingen onderhevig. Buiten deze storingen is echter de inclinatie
op eenige plaats geenszins standvastig, maar men bemerkt in onze
streken eene langzame afneming', terwijl op andere plaatsen eene
toeneming wordt waargenomen. — Zoo was bijv. de
Inclinatie te Pabus :
Jaar. Inclinatie. 1 1 • Jaar. Inclinatie.
1671 75° 0' 1 1820 68° 20'
1780 71 48 1825 68 0
1806 69 12 1835 67 24> ■
1814 68 36 1858 66 26
Uit de waarnemingen in onze streken schijnt nog niet op te
maken te zijn, wanneer de inclinatie een maximum geweest is en