Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-236
Declinatie te Parus :
Jaar. Declinatie. Jaar. Declinatie.
1580 11° 30' Oost. 1814 22° 34' West.
1618 8 1822 22 11 „
1663 0 1832 22 3
1770 8 10 West. 1842 21 25 „
1780 19 55 „ 1852 20 20
1805 22 5 „ 1858 19 36 „ i
De westelijke declinatie is op westelijker gelegene plaatsen in
Europa, die met ons ongeveer gelijke breedte hebben, grooter.
Zoo was bijv. in 1858 de westelijke declinatie te Utrecht 180 46',
te Londen 21o32', te Dublin 26» 30'. — Op oostelijls^ gelegene
plaatsen in Europa is zij op dezelfde breedte kleiner.
Evenmin als nu de declinatie gelijk is op plaatsen, die gelijke
breedte hebben, evenmin is zij dit, zoo als nader blijken zal, op
plaatsen, die gelijke lengte hebben.
150. Isogonische lijnen, magnetische meridianen.—Indien men
op het oppervlak der Aarde lijnen trekt, die de plaatsen aanwijzen,
waar de declinatie gelijk is, dan worden zoodanige lijnen isogonische
lijnen genoemd, omdat op zulk eene lijn de magneetnaald overal
gelijke hoeken met den middagcirkel dier plaats maakt. Kaarten,
waarop zulke lijnen zijn aangebragt, worden declinatiekaarien ge-
noemd. Zulke kaarten, voor eenig jaar vervaardigd, kunnen,
zoo als uit (149) blijkt, slechts voor korten tijd bruikbaar zijn.
Trekt men een lijn over plaatsen, waar de declinatie van de
magneetnaald gelijk nul is, d. i. waar de magneetnaald in de rig-
ting van den middagcirkel wijst, dan wordt deze lijn de agonitche
lijn genoemd. De loop van deze lijn is evenzeer veranderlijk. —
De isogonische en agonische lijnen stemmen in rigting niet met
de middagcirkels overeen, maar loopen vrij onregelmatig.
Indien men van eenige plaats uitgaande de rigting van de mag-
neetnaald volgt, dan zal die weg op het oppervlak der Aarde eene