Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-333
Maastricht 16, Stockholm 9,
Parijs 14, Londen 9,
Leiden 14, Peking 6,
Tübingen 14, Bergen 6,
Athene 11, Caïro 4.
Petersburg 9,
In sommige warme landen heeft men zelden onweder, zoo
als in Aegypte,. terwijl het in anderen, zoo als in Peru nooit
dondert, zoodat bijv. de bewoners van Lima donder en bliksem
niet kennen.
Even zoo treft men in de koude landen geen onweders aan,
zoodat men op meer dan 75° noorderbreedte nog nooit donder of
bliksem waargenomen heeft, en Scoresby verklaart op zijne reizen
in het noorden slechts twee malen dit natuurverschijnsel waarge-
nomen te hebhen op eene breedte grooter dan 65°.
147. Oorzaak van db atmosphabrische elektriciteit. — Ofschoon
men omtrent de verandering, welke de elektriciteit in den damp-
kring bij verschillende toestanden van de atmospheer ondergaat,
vrij belangrijke waarnemingen gedaan heeft, en het zeker schijnt te zijn
dat de lucht bij helderen hemel positief elektrisch is, en de elektrici-
teit toeneemt als de lucht nevelachtig wordt, zoo schijnt men omtrent
den oorsprong van de elektriciteit in den dampkring nog geene vol-
doende verklaring te kunnen geven. Men meende dat, even als bij
de stoom-elektriseer-machine, de oorzaak van de elektriciteit in den
dampkring ontstaan kon door de wrijving van den zich ontwikke-
lenden damp tegen de aardsche voorwerpen, even zoo als ook de
elektriciteit bij de uitbarstingen van vulkanen (196) door zoodanige
wrijving zou ontstaan. Intusschen wordt zoodanige elektriciteits-
ontwikkeling alleen waargenomen als het water kookt, doch bij ver-
damping op lageren warmtegraad wordt daarvan geen spoor ontdekt.
De meening, dat bf de verdamping bf de plantengroei de oorzaak
van de atmosphaerische elektriciteit zou zijn, is ongegrond bevonden.
Volgens eene latere hypothese zou de Aarde zelve eene zekere mate
van elektriciteit bezitten. — Wij zullen ons echter met die beschou-
wing, welke nog niet tot klaarheid schijnt gekomen te zijn, niet
verder inlaten.
148. Invloed van de aarde op de magneetnaald. — De verschijn-
selen, die wij aan de magneetnaald waarnemen, staan geheel en al