Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
•»Tir- *
■248
slagen. Al deze en dergelijke verschijnselen neemt men ook bij de
ontlading van wrijvingselektriciteit waar (*). — Heeft de bliksem
eenig voorwerp getroffen, en treft men, zooals veelal het geval is,
in den grond eene opening ' aan, die door de elektrische vonk ge-
vormd is, dan gebeurt het niet zelden dat men in den zandigen
bodem sporen van smelting aantreft, en daardoor ontstaan de zoo-
genaamde bliksembuizen, die dikwijls 8 ä 10 el lang zijn, eene in-
wendige ruimte van eenige streepen middellijn hebben, van binnen
verglaasd zijn, eene doorsnede hebben van omstreeks 5 duim mid-
dellijn, en aan hare oppervlakte ruw en korrelig zijn. — Slaat de
bliksem niet in, en drijft eene sterk geladene onweerswolk boven
eenig verheven voorwerp, dat in eene spits eindigt, zoo als eene
torenspits, de mast van een schip, of iets dergelijks, dan stroomt
de in dat voorwerp opgehoopte elektriciteit volgens de spits nit,
en in den donker vertoont zich op de spits een lichtpluim, die
bekend is onder den naam van St. Elntvuur.
146. Verbreiding der onweders. — In het algemeen kan men aan-'
nemen dat in de heete zone de onweders menigvuldiger voorkomen
dan in de gematigde streken, en dat zij in de koude zone schier
niet waargenomen worden. Even zoo komen de meeste onweders
in de gematigde gewesten van Europa doorgaans voor in den zomer,
en de minste in den winter. Gewoonlijk zijn echter winteronweders
zeer hevig, hetwelk misschien zijnen grond heeft in de mindere
hoogte, op welke zich de onweerswolken dan bevinden. — Op de
westkust van Noorwegen onweert het echter des winters meer dan
des zomers, en even zoo is Let gelegen op de westkust van Noord-
Amerika en op de oostkust van de Adriatische Zee, terwijl in het
midden van Europa des winters geene onweders voorkomen.
Het aantal onweders in een jaar is voor sommige plaatsen bepaald.
Zoo heeft men er gemiddeld in één jaar in
Calcutta 60, Buenos-Ayres 27,
Rio Janeiro 51, Smirna 19,
I Martinique 39, Berlijn 18,
Abyssiniën 38, Padua 18,
Guadaloupe 37, Straatsburg 17,
(*) Steyn Parve'. Natuurkunde, bladz. 587.