Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-231
donder ontstaat gelijktijdig met den bliksem en langs den geheelen
weg van den laatste. Wel ziet men den bliksem eerder dan men
den donder hoort, maar dit is een gevolg van de ongelijke voort-
plantingssnelheid van het licht en van het geluid. De snelheid
van het licht is zoo groot (lOé), dat de bliksem op het oogenblik^
van zijn ontstaan gezien wordt, terwijl het geluid slechts 332 el in
de seconde aflegt. Is dus het licht gezien en verneemt men den
slag bijv. na 10 seconden, dan is de plaats van het ontstaan van
den slag 3320 el van ons verwijderd. De donder is niet op
grooten afstand hoorbaar. De grootste tijdruimte, die tusschen den
den bliksem en den donder verloopt, is 72 seconden, zoodat eene
donderbui, die verder dan 72 X 332 ellen of bijna 4 uren gaans
verwijderd is , niet gehoord kan worden.
145. uitwebkselen van den bliksem. — Dc uitwcrksclen van de
atmosphaerische elektriciteit zijn geheel overeenkomstig met die van
de wrijvingselektriciteit, maar veel heviger dan dezen. Zoo kan bijv.
' eene met elektriciteit geladenc wolk voorwerpen op de Aarde aantrek-
ken, en zoo wordt bijv. op de zee het water tot eenen belangrijken
berg opgetrokken. Verliest de wolk hare elektriciteit langzamer-
hand, dan daalt ook die waterberg. Ontlaadt de wolk zich door eene
andere wolk, dan zal de in den waterberg opgehoopte elektriciteit
niet meer gebonden zijn; zij zal zich met de afgestootene elektrici-
teit aan de oppervlakte der Aarde plotseling vereenigen, en dit
verschijnsel, dat ook evenzeer met hooge voorwerpen ten opzigte
van den omringenden bodem kan plaats hebben, noemt men den
terugslag. Ontlaadt zich echter de wolk ten opzigte van dezen
waterberg of van eenig voorwerp op de Aarde, dan heeft de directe
slag plaats. — De terugslag is altijd minder hevig dan de directe
slag; zelden gaat hij met ontbranding voor eenig voorwerp ge-
paard , doch dieren en menschen kunnen daardoor gedood worden,
ofschoon men bij zulke slagtofiers geene uitwendige beleedigingen
bespeurt.
Treft de directe slag eenig voorwerp op Aarde, dan is de uit-
werking doorgaans verschrikkelijk: menschen en dieren worden
verwond of gedood, boom en worden gekliefd en de spaanders ver
weg geslingerd, slechte geleiders worden verbrijzeld, ontbrandbare
voorwerpen verkolen of ontbranden, metalen worden verhit, smelten
of Tervlugtigen, en rotsen zelf verglazen door de herhaalde bliksem-