Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-224
schade door deze hagelbui aangerigt werd op verscheidene millioe-
nen guldens begroot.
Zelden duurt eene hagelbui langer dan een kwartier uurs , maar
deze korte duur is voldoende om den grond met een dikke ijslaag
te bedekken.
De hagel gaat doorgaans eenen onweersregen vooraf, of gaat
daarmede gepaard, maar bijna nooit hagelt het als de regen eenigen
tijd aangehouden heeft. — De hagel valt menigvnldiger bij dag dan
bij nacht. — Eenige oogenblikken voor de hagelbui hoort men een
eigenaardig rammelend geluid in den dampkring, en steeds gaat de
hagel met elektrische verschijnselen gepaard.
Omtrent de hagelvorming loopen de meeningen nog uiteen. Volta
meende dat de zonnestralen aan de bovenste grens van eene digte
wolk geheel geabsorbeerd worden, waardoor eene snelle verdamping
moet ontstaan, als de lucht boven de wolk althans zeer droog is.
Door deze verdamping wordt veel warmte gebonden, en dien ten
gevolge bevriest het water in de lagere deelen van de wolk. Be-
vindt zich nu eene wolk beneden de eerste, en zijn beiden met
tegengestelde elektriciteit geladen, dau zullen de ijsdeeltjes, uit de
bovenste wolk in de onderste vallende, aangroeijen, met de elektri-
citeit van deze geladen worden, door de bovenste wolk weder
aangetrokken worden, en nogmaals dalen, zoodat zij als het ware
tusschen beide wolken den elektrischen kogeldans vertoonen, en
eindelijk, na te zwaar geworden te zijn, op de Aarde vallen. —
Vogel en, bijna gelijktijdig, Nöllner hebben eene andere beschouwing
geleverd. Zij beroepen zich op het feit dat, even als het water
onder het vriespunt afgekoeld kan zijn, eer het vast wordt, ook de
dampblaasjes eene temperatuur onder 0° C. kunnen hebben, eer zij
bevriezen. Vallen nu uit eene hoogere wolk ijsdeeltjes in eene digte
zeer koude wolk, dan moet daar eene plotselijke ijsvórming plaats
grijpen. En dat er zulke wolken zijn blijkt duidelijk uit den regen,
die des winters somwijlen in ijs overgaat, zoodra hij vaste voor-
werpen op de Aarde treft. Maar ook de reeds in (119) genoemde
luchtreis van Barral en Bixio, den 27 Julij 1850 te Parijs onder-
nomen, heeft het bestaan van zulke koude wolken in het licht ge-
steld. Op eene hoogte toch van 2000 el kwamen zij in eene wolk-
laag, die tot eene hoogte van 6000 el dampblaasjes bevatte, en
welker temperatuur toch beneden het vriespunt was, want op eene