Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
verlengd, dan zal zij hef onzigtbare gedeelte van het hemelgewelf
in een punt T' ontmoeten, en dit punt is het voetpunt of nadir van
het standpunt M. ,
13. Evenwijdige, begte en schuine sïeee. Had men zulk een
standpunt ingenomen, dat een van de polen des hemels in het top-
punt T, flg. 7, kwam te staan, zoodat de verticaal TM met de as
des hemels te zamen viel, dan zouden alle parallelen even als AA'
BB' evenwijdig aan den horizon NOZW loopen. Men noemt den
stand, waarin zich dan het hemelgewelf vertoont, de parallele of
evenwijdige tfeer. Bij de parallele sfeer gaan de sterren boven den
horizon niet op noch onder, terwijl die, welke onder den horizon
liggen, zich nimmer vertoonen.
Ligt d'e pool in den horizon, dan staan de dagbogen der sterren,
even als in fig. 5, regthoekig op den horizon, en men noemt dien
stand van het hemelgewelf de regte sfeer. Alle sterren blijven dan
even lang boven als beneden den horizon.
Op elk ander standpunt maken de dagbogen scheeve hoeken met
den horizon, even als in de fig. -t en 6, en men noemt dien stand van
het hemelgewelf de schuine sfeer. Bij ons doet zich dus het hemel-
gewelf als schuine sfeer voor.
Ié. Aequator , aequinoctiaalvlak. Bevindt zich het oog van
den waarnemer in het middelpunt van het holle bolvormige hemel-
gewelf, dan zal eene ster, die in het Oostpunt opgaat, in eikei»
stand van de sfeer eenen halven cirkel beschrijven, welks vlak, even
als dat van alle parallelen, loodregt op de as des hemels staat,
door het middelpunt der sfeer gaat, en dus een groote cirkel van
den bol is. — Deze groote cirkel ODWD', fig. 8, welks omtrek
overal 90° van de polen des hemels verwijderd is, wordt aequator
des hemels genoemd, en het vlak, waarin die cirkel ligt, is
het aequatoriaahlak. — Men noemt dit vlak ook het aequinoctiaal-
vlak (vlak der nachteveningen) en dien cirkel den aeguinoctiaaleirkel,
omdat dag en nacht even lang zijn, als de zon zich in dien cirkel
bevindt, dewijl dan haar dag- en nachtboog gelijk zijn.
15. Declinatie, uurhoek, parallaktische driehoek. Door
bet vlak PTDP', fig. 8, van den meridiaan van eenige plaats en
het regthoekig daarop geplaatste aequatoriaalvlak DOD'W of door
den middagcirkel PTP' en den aeqnatoriaalcirkel DOD'W heeft
men wederom een middel gevonden om de plaats van eene ster te