Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-223
aangroeijen en door het aan elkander heehten der sneeuwkristallen
sneeuwvlokken vormen. Komen de sneeuwvlokken in warmere lueht-
lagen, dan smelten zij weder en vallen als regen op de Aarde, ter-
wijl het in hoogere streeken sneeuwde.
Als bij stil weder enkele sneeuwvlokken vallen, dan vertoonen
zij zeer sehoone regelmatige kristalvormen, die men met behulp van
een goed mikroskoop het best op een donker ligchaam kan waar-
nemen. Deze zamengestelde figuren zijn in den regel zeshoekige
sterren, die deels uit fijne ijsnaalden, deels uit dunne zeshoekige ijs-
plaatjes bestaan. — Bij stormachtig weder en digten sneeuw gaat
dc sehoone regelmatige vorm dezer figuren verloren.
Het sneeuwt bij eene temperatuur, die slechts weinig beneden
het vriespunt is, en bij eene temperatuur van 12° onder nul valt er
zelden sneeuw. De oppervlakte van den gevallen sneeuw is helder
wit. Is de sneeuwlaag tamelijk dik, en is zij eenigzins door water
gedrenkt, zoodat de sneeuw gedeeltelijk gesmolten is, dan vertoont
hij in holten of spleten eene blaauwgroene kleur, die ook in de
kloven van het gletschcrijs opgemerkt wordt.
De hagel bestaat niet uit ijsnaalden, maar de hagelkorrels schijnen
digte ijsmassa's te zijn. Meestal zijn dc hagelkorrels rond, doch
ook dikwijls afgeplat en hoekig. In het midden dier korrels is een
ondoorzigtige kern; deze is met doorzigtig ijs omgeven, dat veelal
uit concentrische lagen bestaat. Deze ijslaag komt ook als ondoor-
zigtig voor.
De grootte der hagelkorrels is zeer verschillend, en hebben deze
eene belangrijke grootte, dan kunnen de verwoestingen, die een
hagelbui aanrigt, zeer belangrijk zijn. Zoo viel den 13 Julij 1738
een hagelbui in twee parallele strooken, die op sommige plaatsen
eene breedte van 4 uur gaans hadden eu 4| uur gaans van elkander
verwijderd waren, over een gedeelte van Frankrijk en Nederland.
Hare rigting ging van het Zuidwesten naar het Noordoosten. Eene
lijn van Amboise naar Mechelen ging ongeveer door het midden van
de oostelijke strook, terwijl eene lijn parallel aan deze over Gent
getrokken ongeveer het midden van de westelijke strook aanwees.
Langs eene baan vau de Pyrenëen tot aan de Oostzee bewoog de
bui zich met eene snelheid van meer dau 20 uren gaans in één uur
tijds- De hagel viel slechts 7 a 8 minuten. De korrels waren deels
rond, deels hoekig, en velen hadden eene belangrijke grootte. De