Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-222
In de streeken, waar de passaatwinden regelmatig waaijen, is de
lucht meestal helder en regent het zelden, wanneer de Zon aan den
anderen kant van den aequator is. Staat de Zon ten Noorden van
den aequator, dan wordt de regelmatigheid van den passaatwind,
vooral wanneer de Zon in het toppunt staat, zeer gestoord door den
sterk opstijgenden luchtstroom. Dan heeft men daar gedurende
eenige maanden dagelijks regen.
In het Noorden van Zuid-Amerika is de lucht van December tot
Februarij droog en de hemel helder. In Maart wordt de lucht
vochtiger, de hemel minder helder, de passaatwind minder sterk en
somtijds heerscht er windstilte. Tegen het einde van Maart begin-
nen de onweders; zij vormen zich des namiddags als de hitte het
grootst is, en gaan van stortregens gepaard. Tegen het einde van
April begint eigentlijk het natte jaargetijde; de hemel wordt graauw
bewolkt; het regent dagelijks van 9 ure 's morgens tot 4 ure des
namiddags, en des nachts is de hemel weder helder. De regen valt
het zwaarst als de Zon in het toppunt is. Langzamerhand wordt
de tijd, gedurende welken het des daags regent, korter, en tegen
het einde van den regentijd regent het alleen des namiddags. —
De duur van den regentijd is voor verschillende streeken niet de-
zelfde; hij bedraagt 3 tot 5 maanden.
In Oost-Indië wordt de regelmatigheid van den passaatwind door
plaatselijke omstandigheden gestoord, en waar in plaats daarvan de
moussons (132) waaijen, wordt de regen door dezen geregeld. Aan
de steile westkust van Voor-Indië komt de regentijd gedurende onzen
zomer voor, en dus als de zuidwest-mousson waait en met water-
damp beladen tegen de hooge bergen stuit. Terwijl het op de kust
van Malabar regent, is de hemel op de kust van Coromandel helder.
Op de laatstgenoemde kust regent het gedurende den noordoost-mous-
son, terwijl dan op de kust van Malabar het drooge jaargetijde
voorkomt.
In de streek der windstilten gaat de Zon helder op, tegen den
middag vormen zich afzonderlijke wolken, die al digter en digter
worden, zich met zwaren regen en hevig onweder ontlasten, en
tegen den avond gaat de Zon weder helder onder.
140. Sneeuw en hagel. De wolken, waaruit de sneeuwvlokken
neêrvallen, bestaan niet uit dampblaasjes maar uit fijne ijskristallen,
die door de gedurige condensatie van waterdamp onder het vallen