Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-221
regen af, omdat de regendroppels in de vochtige lucht gedurende
hunnen val aangroeijen. Het verschil bedraagt namelijk te Parijs
voor eene hoogte van 28 ellen gemiddeld 7 ned. duimen.
Het aantal regendagen neemt in Europa in het algemeen van
het Zuiden naar het Noorden toe. Zoo heeft men in Zuid-Europa
gemiddeld 120, in Midden-Europa 146 en in Noord-Europa 180 re-
gendagen. Dc hoeveelheid regen is echter geenszins afhankelijk van
het aantal regendagen. Deze hangt meer af van de intensiteit van
den regen: want te Petersburg heeft men bijv. meer regendagen
dan te Rome, en toch valt te Petersburg veel minder regen dan
te Rome. — Het aantal regendagen neemt ook met de verwijde-
ring van de zee af. Zoo heeft men bijv. te Petersburg 168, te
Kasan -JQ en te Jakutsk 60 regendagen in een jaar. — In het al-
gemeen is de regen intensiver in warmere dan in koudere strecken.
Voor dezelfde streek is de hoeveelheid regen in den zomer echter
grooter dan in eenig ander jaargetijde.
Gaat men voor verschillende plaatsen na welke de hoeveelheid
regen in de vier jaargetijden is, dan zal men bevinden dat daarin
een groot verschil heerscht. Op sommige plaatsen geven de zomer-,
op andere de lente-, herfst- of winterregens de grootste hoeveelheid
regen. De aardrijkskundige ligging van de plaats en andere om-
standigheden oefenen daarop invloed uit.
Men heeft regenkaarten vervaardigd, waarop men met een oog-
opslag kan nagaan, welke regens voor eenige plaats den meesten
regen geven. Zoo leveren in het Zuiden en Westen van Europa de
herfstregens de grootste hoeveelheid regen; in de binnenlanden van
Midden-Europa, in het Noordoosten van dat werelddeel, in het
Noorden van Azië, in het Zuiden van Brazilië, in Argentina, in
het Oosten van Patagonië en in het Oosten van Noord-Amerika zijn
het de zommerregens; in het Noorden van Afrika, bij het meer
Aral, in het Westen van Patagonië, en in het binnenland van Noord-
Amerika zijn het de winterregens, — en in het Zuiden van Afrika
en op Nieuw-Holland zijn het de herfst- en winterregens. In de
groote woestijn van Afrika, iu de woestijnen van Arabië, Perzië en
China en aan de kust van Peru en Chili regent het schier nooit.
In de landen tusschen de keerkringen valt de meeste regen. —
In de streek der windstilte regent het schier dagelijks, terwijl de
regenvlagen met onweders gepaard gaan.