Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-249
gevolge van de zomerwarmte meer warmte dan de lucht bezit, doet
de wateren nog sterk verdampen, en deze dampen vormen in die
koudere lucht weldra nevels. Daarom vooral heeft men in Enge-
land en aan de oostelijke kusten van Noord-Amerika sterke nevels.
De betrekkelijk warme zee'rondom Engeland, en vooral de hooge
temperatuur van den Golfstroom bij Amerika doen veel water in
damp overgaan, en deze damp wordt in de koudere lueht weldra
verdigt. — In den winter ziet men boven wateren of boven ijsvel-
den ook nevels, ofschoon de lucht warmer is dan die wateren of
dat ijs. Dit komt omdat dc met damp verzadigde lucht, door de
aanraking met het koudere water of ijs, nog meer afgekoeld wordt,
zoodat hare temperatuur beneden het verzadigingspunt daalt en de
damp als nevel zigtbaar wordt. — In den zomer kunnen bij onweêrs-
buijen eveneens boven de wateren nevels ontstaan tengevolge van de
afkoeling van de met waterdamp verzadigde lucht. — Zoo kunnen
dus ook nevels gevormd worden, als warme met damp verzadigde
lucht, zich met koudere lucht vermengt.
De wolken zijn niet anders dan nevels, die in hoogere luchtlagen
zweven.
De dampblaasjes, waaruit deze nevel bestaat, zullen bij rustige
lucht langzaam, zeer langzaam dalen, en de wolken zouden dus
den grond kunnen bereiken. Dit is dan ook werkelijk bij zeer
zware nevels het geval. Komen echter deze dampblaasjes bij hun
dalen in warmere, niet met damp verzadigde lucht, dan worden zij
weder onzigtbaar, en vormen er zich gelijktijdig aan de bovenzijde van
de wolk nieuwe dampblaasjes, dan schijnt de wolk onbewegelijk.
Heeft die vorming aan de bovenzijde van de wolk niet plaats, dan
verdwijnt de wolk en de lucht wordt helder. Dat verdwijnen van
de wolken heeft ook plaats als zij door den wind in warmere lucht
komen, die niet met damp verzadigd is.
^ Het aanzien der wolken is zeer verschillend. Men onderscheidt
t) eenige hoofdsoorten van wolken, als: de vederwolk, cirrus, die uit
^ zeer ligte, streepige, veder- of vlokvormige wolkjes bestaat, welke
fl na fraai weder aan den hemel gezien worden en als voorboden van
weersverandering kunnen aangemerkt worden; de hoopwolk, cumulus,
die zich als half bolvormige massa's voordoet, welke eene horizon-
tale basis hebben; de laagwolk, stratus, die in horizontale streepen
vooral bij zonsondergang verschijnt. Tusschen deze hoofdvormen