Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
stort. Op die wijze gebeurt het dat vissehen gevonden worden op
plaatsen, in welker nabijheid geen water is.
Bij zulke hozen ziet men de wolken in snelle draaijende bewe-
ging. Het middelpunt van den draaikring gaat in eenige rigting
voorwaarts, en daar even als bij de orkanen tengevolge van die
draaijende beweging, de luchtdrukking in het midden van den kring
zeer moet verminderen, zoo laat zich het opstijgen van het water
of van andere stoffen in het midden van dien kring gemakkelijk
verklaren, daar dit dan een gevolg is van de zuiging der hoos.
137. Watekdamp in de lucht. Dat het» water en andere lig-
chamen , die vochtigheid bevatten, waterdamp aan de lucht afgeven
is reeds vroeger opgemerkt. Die verdamping gaat des te. sneller
naarmate de vloeistof warmer is, en de lucht kan des te meer wa-
terdamp opnemen naarmate hare temperatuur hooger is. Om eenig-
zins den betrekkelijken vochtigheidstoestand van de lucht te bepalen
heeft men hygrometers en psychrometers bedacht (*). Voor elke
temperatuur kan de lucht een bepaald volume waterdamp bevatten
om verzadigd te zijn. In dat geval neemt zij geen waterdamp meer
op. Is de lucht met waterdamp verzadigd en neemt hare tempera-
tuur af, dan zal een gedeelte van den waterdamp verdigten en tot
water overgaan, hetwelk niet meer door de lucht gedragen wordt.
Komt dit nederdalende water echter weder in. luchtlagen, die niet
verzadigd zijn, dan gaat het weder in damp over. — De tempera-
tuur, op welke de lucht met waterdamp verzadigd is, of de tempe-
ratuur , waarop de waterdamp in de lucht begint te verdigten, wordt
het dauwpunt genoemd. Hoe kouder de lucht is des te eerder is zij
met waterdamp verzadigd en des te vochtiger schijnt zij ons toe.
Daarom kan warme lucht veel meer waterdamp bevatten dan koudere
lucht, en ons toch veel drooger toeschijnen.
Dewijl de lucht op alle oogenblikken van den dag, en gedurende
de verschillende dagen van het jaar ongelijk verwarmd is, zoo volgt
uit het aangevoerde dat de lucht op eenige plaats zeer ongelijk met
waterdamp belast is. — Bij de opkomst van de Zon stijgt de tem-
peratuur der lucht en neemt de hoeveelheid waterdamp, die in haar
opgenomen wordt, toe. Dit duurt slechts tot 9 uur 's morgens.
Daarna doet de meerdere warmte van den bodem opstijgende lucht-
(♦) Steyn Parvé, Natuurkunde, pag. 298 tot 300.