Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-214
dat eiland. Deze heete wind dringt zelfs tot de Alpen door, is ins
Zwitserland onder den naam van Fihn bekend, en draagt zeer veeï
bij tot het smelten der sneeuwmassa's op de Alpentoppen.
135. Oskanen. De kracht van de stormen of zeer sterke winden
hebben wij in (131) doen kennen. — Onder de stormen, welker uit-
werking vooral verschrikkelijk is, moeten de orkanen of draaistormen
genoemd worden, die in West-Indië onder den spaanschen naam
Tornados of den engelschen naam Eurrieanes beleend zijn, en in de
Chinesche Zee Tyfoons genoemd worden.
Volgens Dove gaat het middelpunt van zulk eenen draaistorm in
Europa van het Zuidwesten naar het Noordoosten, terwijl de wind.
zelf omloopt van het Zuiden door het Oosten, Noorden en Westen.
In de tropische strecken ten Zuiden van Azië loopt de wind in te-
gengestelden zin om; de rigting van het middelpunt van de storm-
baan loopt dan ten Noorden van de linie van het Noordoosten naar
het Zuidwesten, en van de linie gaat die rigting ombuigende vau
het Noordwesten naar het Zuidoosten. In West-Indië draaijen zij
in gelijken zin als in Europa; de baan loopt daar van het Zuid-
oosten naar het Noordwesten en buigt op de hoogte van den keer-
kring , om uit het Zuidwesten naar het Noordoosten te bewegen. —
De tyfoons gaan bijna van het Oosten naar het Westen en draaijen
in gelijken zin als in het noordelijke deel van den Atlantischen
Oceaan. — De juiste kennis van deze draaistormen is voor de zeelieden
van groot belang, zoodat zij met die kennis toegerust het gevaar
kunnen ontwijken.
136. Hozen. Dikwijls ziet men stof, zand, boombladeren en
andere ligte voorwerpen in wervelende beweging geraken en van de
Aarde opgeheven worden. Dit verschijnsel wordt een wervelwind
genoemd, welke ongetwijfeld door twee luchtstroomen van verschil-
lende rigting ontstaat, weshalve men die verschijnselen ook op hoe-
ken van straten veelal kan waarnemen. — Heeft zulk een wervel-
wind groote kracht en zijn kring eene belangrijke uitgebreidheid,
dan wordt hij hoos genoemd. Gaat zoodanige hoos over het land,
dan kan zij allerlei losse voorwerpen medevoeren, boomen ontwor-
telen, huizen omverwerpen. De vernielende kracht van die lucht-
verschijnsels is meermalen ondervonden. Gaat de hoos over de zee
of over eenig ander water, dan rijst in draaijende beweging eene
watermassa op, die veelal opgenomen wordt, en elders weder neder-