Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
vau het Noorden Oost- en Westwaarts; anderÉu van het Zuiden
doos het Westen, Noorden en Oosten tot het Zuiden terug, en
weder anderen van liet Noordeu door het Oosten, Zuiden en Wes-
ten naar het Noorden terug.
12. ZulDrOOL, AS des HEMELS, GESLOTEN BOLVORMIG HEMELGE-
WELi", NADIK. Begeeft men zich van het eerst genomcu standpunt
naar het ander punt van liet oppervlak der Aarde, dan zal het top-
punt en ook de horizon veranderen. De bij ons zigtbare pooi des
liemels zal ten opzigte van deu liorizon van hoogte veranderen. —
Had men zich meer naar het Zuiden begeven cn was T, fig. 4,
liet toppunt en NOZW dc horizon, dan zou de poolshoogte PN
kleiner geworden zijn, dan die bij het eerst ingenomen standpunt,
in fig. 2 voorgesteld. — De circumpolaire sterren van den parallel
A.A', uit fig. 2, zouden dan, in fig. 4, opgaan in a cn ondergaan
in a'. — De dagboog van de sterren in den parallel BB' zoude in
fig. i grooter zijn dan in fig. 2, en haar culminatie-punt B zou
in fig. 4 digter bij het toppunt T liggen dan in fig. 2.
Was men zooveel naar het Zuiden gegaan, dat de pool ?, fig. 6,
in den horizon NOZW viel, zoodat P in het noordpunt N kwam
te liggen, dan zouden alle parallelen AA', BB' en CC' den horizon
regthoekig snijden. De dag- en nachtbogen van alle sterren zouden
dan halve cirkels zijn.
Begaf men zich nog meer naar het Zuiden, dan zou, als in fig. 6
T het toppunt is, de Noordpool P onder den horizon vallen en on-
zigtbaar zijn. Het hemelgewelf zou ook hier, even als in elk der
genoemde standpunten, zijn bolvormig koepeldak vertoonen. Sterren
iu den parallel CC', welke in de fig. 4 en 5 op- en ondergingen,
zouden aan het hemelgewelf geheele zigtbare cirkels beschrijven.
Nieuwe sterren zouden zich vertoonen en ook evenwijdige cirkels
beschrijven, en binnen die cirkels zou een punt P' onbewegelijk
staan, even als in fig. 2 het punt P. Dit punt wordt dan de Zidd-
pool des hemels genoemd. Het geheele hemelgewelf doet zich dus
voor als het oppervlak van eenen hollen bol, welks middelpunt het
oog des waarnemers is. De lijn PP', fig. 6, die de beide polen
des hemels vereenigt, is als de as, om welke het hemelgewelf zich
van het Oosten naar het Westen omwentelt, en deze lijn wordt de
as des hemels of as der wereld genoemd. — Denkt men zich nu de
verticale lijn TM, fig. 6, door de standplaats M van den waarnemer