Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-213
de zonnestralen verwarmd wordt, eene hooge temperatuur moeten
hebben. Die winden zijn dan ook zeer droog. In Arabië, Perzië
en andere oostersclie landen wordt zulk een heete wind met den
naam Samum of ^ï/^ïcjW bestempeld; in Aegypte, waar hij omstreeks
50 dagen aanhoudt, heet hij Chamsin (vijftig) en aan de westelijke
grenzen van de Sahara, in Senegambië en Guinea heet hij Barmat-
tan. — De Samum, ook Harrar, Sambuli of Samiel genoemd, waait
met tussehenpoozen van het midden van Junij tot 21 September
aan de grenzen van Arabië, Syrië en het noordwesten van Indië.
Hij ontstaat op de brandende zandwoestijnen van die landen en waait
in de nabij gelegene bebouwde strecken bijna altijd uit de rigting
van de woestijn. Eene geelachtige, in het loodkleurige overgaande
tint van de atmospheer gaat hem vooraf. De Zon wordt donkerrood.
Kort daarop volgt de heete vrij sterke luchtstroom. De Arabieren
bedekken het hoofd dan met eenen doek om zich voor de inademing
der heete lucht te beveiligen. De kameelen, door een voorgevoel
gedreven, werpen zich op den grond en verbergen muil en neus in
het zand, en na een halfuur is de heete luchtstroom voorbij. — De
Chamsin, een zuidwestenwind, die iu Aegypte en andere deelen van
Afrika tusschen 15 Julij en 15 Augustus gewoonlijk slechts gedurende
drie of vier dagen waait, heeft in zijne verschijnselen veel overeen-
komst met den Samum. — De Harmattan, die gewoonlijk zeven of
acht dagen aan de westkust van Afrika uit de Sahara naar den
Atlantischen Oceaan waait, heerscht vooral in de maanden Decem-
ber, Januarij en Februarij.
De zand- en stofwolken, die deze winden in de lucht opvoeren,
verhoogen vooral hare temperatuur en verduisteren de Zon. De tem-
peratuur van de lucht rijst bij zulke winden tot meer dan 45° C.
Hare buitengewone droogte doet de menschelijke en dierlijke ligcha-
men sterk uitwasemen, de mond- en neusholte worden droog en de
ademhaling wordt moeijelijk. De buitengewone droogte van deze
winden geeft hun het gevaarlijke karakter dat zij bezitten.
In Zuid-Europa treft men ook dergelijke uit Afrika komende heete
winden aan. Zoo waait in het Zuiden van Spanje de Solana, op
Sicilië, in Italië en op de Jonische eilanden de Sirocco. Deze win-
den, over de zee komende, zijn minder droog dan in Afrika, maar op
de naakte rotsen van Sicilië op nieuw verwarmd, worden zij aan
den noordkant van Sicilië sterker gevoeld dan aan den zuidkant van