Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
lucht bij eenen barometerstand vau h streep en eene temjieratuur
van t° C. bepalen, door de formule:
hd
~ 760',1 + ta)
zoodat bovenstaande formule verandert in :
Dhdv=
= 760(1+1^0^
Ue kracht van den wind kan zelfs 100 en meer ponden per vier-
kante el bedragen. Is zij dit eu stellen wij gemiddeld het gewigt
van de lucht op 1 pond de kubieke el, dan zal de snelheid naar
bovenstaande formule ruim 30 el bedragen.
132. Rigting van den wind, passaatwinden en mocssons. Dc
rigting van den wind, die bij ons zeer verschilleud is, is echter
aan bepaalde wetten gebonden, die op sommige plaatsen den lucht-
stroom, hetzij het geheele jaar door of gedurende bepaalde tijden, eene
zelfde rigting doen behouden. In het algemeen zou men de rigting
van den wind en zijne betrekkelijke sterkte ten naastenbij kunnen
bepalen, indien men op eeu gegeven tijdstip de barometerstanden
op verschillende plaatsen kende. Stond bijv. op eenige plaats de
barometer laag, en had meu op westelijker gelegene plaatsen eenen
lioogeren barometerstand, en op oostelijker gelegene plaatsen eenen
lageren barometerstand, dan zou men tot eenen westenwind kunnen
besluiten, — eu levert dc barometerstand een btlangrijk verschil op,
d;iu is er gevaar voor storm. — Het is op grond van dergelijke
waarnemingen van den barometer, dat men voor eeuigcn tijd be-
gonnen is het gevaar voor storm, eu de rigting van den vermoc-
delijken storm in de zeehavens vooraf aan te kondigen.
Iu de keerkringsgewesten geven bepaalde omstandigheden eene
hoofdrigting aau den luchtstrooin, die of het geheele jaar door iu
dezelfde rigtiug waait, of op gezette tijden iu rigting verandert.
De winden, die bestendig dezelfde rigting hebben, noemt men
imssaatwinden. Zoo treft men in deu Atlantischen Oceaan op 28°
noorder breedte en in den Grooten Oceaan op omstreeks 25° noorder
breedte eenen luchtstroom aan, die uit het noordoosten waait, cn
en die nader bij den evenaar meer in oostenwind overgaat. Op het
zuidelijke halfrond waait in den Atlantischen en in den Grooteu
(*) Steynis, Mechanica, ^ 384.