Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
lagen doen ontstaan, waardoor een snel opzuigen van de lager
gelegene luelit ontstaat, welke laatste luchtverplaatsing beneden
hiclitstrooraingcn moet ten gevolge hebben.
Dc winden ontstaan door voortstuwing of drukking van eene
luchtmassa, cn door zuiging of tocstrooming van dc lucht naar eene
plaats waar die vcrduud is. — In beide gevallen zullen de plaat-
sen, die in de rigting van den wind liggen dezen niet gelijktijdig
w.iarnemen. Waait bijv. een westenwind door drukking, dan zullen
oostelijker liggende plaatsen, dien later gevoelen. Waait daaren-
tegen een westenwind door zuigiug, dau zullen de oostelijke plaatsen
dien eerder gevoelen dan de meer westelijk gelegene. Zoo wordt
doorgaans dc westenwind te Moskou eerder gevoeld dau te Abo,
cn in de laatste plaats eerder dan in Zweden. Dit laat zich eehter
verklaren, als bijv. oostelijk van Moskou de oorzaak voor het ontstaan
van den wesicnwind door zuiging is, zoo zal de lucht tusschen Abo
en Moskou het eerst toestrooinen, daarna zal die tusschen Zweden
tn Abo volgen om de plaats der eerste in tc nemen, cn eindelijk zal
van westelijker streken de lucht naar Zweden toestroomen.
De snelheid van den wind is zeer verschillend, en kan zelfs meer
dau 20 el in ééu seconde bedragen. Ofschoon die snellieid door
daartoe ingcrigte werktuigen (e meten is, zoo leidt men die thans
meer af uit de drukking van den wind, die van hare snelheid en
digtheid afhankelijk is. Tot het bepalen van die drukking op eenig
vlak, dat regthoekig op de rigting van den wind gesteld is, heeft
men zoogenoemde windmeters of anemometers. Is de snelheid vau
den wind v, zijne digthcid d', de doorsnede van eenig vlak D, cn
g de versnelling van de zwaartekracht, dan leert de Mechanica (*)
dat de drukking K van den wind op dat vlak uitgedrukt wordt door
de formule:
K = ^^^ ponden,
ë
(-n daar de digthcid d' afliankelijk is van den stand van den baro-
meter en van de temperatuur, zoo kan men, als de digthcid van de
lucht bij 0° O. cn ccnen barometerstand van 760 streep gelijk d,
en de uitzettingscoëfficient van lucht a is, de digtheid d' van dc
(*) Steynis, Mechanica, ^ 384.