Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
andere luchtlagen heen, zoodat er althans twee luchtstroomingca
boven elkander zijn. — Maar even als de verwarmde lucht opstijgt^
kau ook de afgekoelde lucht neerdalen om de plaats aan te vullen,
die de weggevoerde koudere lagen straks innamen.
Wat zoo in den dampkring in het groot plaats heeft, kan men
zich aanschouwelijk maken door iu liet midden vau een besloten ver-
trek eene kagchel te stoken. Men kan zich overtuigen dat dc
lucht bij de warme kagchel opstijgt, tegen het plafond stuit, «ij-
delings daarlangs wegstroomt^ ■ afkoelt en langs de muren en de
ramen, als koudere lucht, naar beneden gaat. De plaats, die de op-
gestegene warme luclit bij de kagchel iunaiu, wordt door de koude
lucht, die in de nabijheid van den vloer is, ingenomen, zoodat bene-
den de strooming in eene andere rigting plaats heeft dau boven.
Opent men vau zoodanig vertrek eeu der deuren een weinig, dae
zal meu ook kunnen nagaan dat aan den onderkant koude luchï
instroomt eu aan dc bovenzijde warmere lucht uitstroomt, en dat er
geen merkbare beweging in de lupht ongeveer op de helft vau de
hoogte van de deur tusschen beide tegengestelde stroomen is.
Aau dc kusten vau de zee neemt men doorgaans des daags eea
luchtstroom waar, die van de zee naar het land gaat, terwijl na dea
oudergang der Zon de windrigting juist tegengesteld is. In het
eerste geval spreekt meu van een zeewind eu in het andere vau een
landmnd, — De oorzaak van dit verschijnsel ligt voor de hantL
Na de opkomst van de Zon wordt het land meer verwarmd dau de
zee, die verwarming neemt met het rijzen vau de Zon toe, de ver-
warmde lucht stijgt boven het land op, en wordt door de koudere
lucht, die van de zee komt, vervaugen. — Hoe grooter dc verwarming
is des te sterker zal de zeewind worden, en om 2 a 3 ure des nv
middags is hij het sterkst. Na dien tijd neemt hij in sterkte af,
eindelijk volgt tegen den ondergang van de Zou eene windstilte,
en, nadat dc Zon ondergegaan is, koelt het land sneller af dau de
zee, eu de koudere lucht, die boven het land is, stroomt naar
zee, waar de warmere lucht stijgt.
Niet alleen de ongelijke verwarming vau de lucht is oorzaak vaa
dc luchtstroomingen, maar ook de snelle verdigting van den water-
damp, die in de lucht aanwezig is en als regen neervalt, kan,
dewijl de dampkringslucht, vau ziju gewigt ontlast, ligter wordt,
en dus snel zal stijgen, eene snelle luchtverdunning iu de hoogere