Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
m de koudere luclitstroom zal dau omgekeerd de boven hem als
warme lucbtstroom opgestegeue luclit dragen. — Zuidelijke winden cu
vooral zuidwestelijke, die in onze streken warme luelit aanvoeren, ko.
Eaen dus met eenen lageu, en noordelijke eu vooral noordoostelijke
winden, die koude lucht aanvoeren, komen met eenen hoogen baro-
meterstand overeen, zoodat over het algemeen bij ons een hoogere
temperatuur eenen lageren barometerstand en omgekeerd een lagere
temperatuur eenen hoogeren barometerstand ten gevolge zal hebben.
Dit zou zoo de algemeene regel kunnen zijn, indien niet de water-
cfamp in de lucht eenen grooten invloed op hare drukking uitoefende.
J)e dampkringslucht kan veel waterdamp bevatten^ en de Natuur-
ktznde leert dat eene ruimte met lucht gevuld evenveel waterdamp
tan opnemen als eene gelijke luchtledige ruimte, als namelijk de
temperatuur dezelfde is (*). De lucht kau dus eene groote hoeveel-
heid waterdamp bevatten, maar de waterdamp vermeerdert dan ook
fcaar gewigt eu bijgevolg hare drukking. Komen nu dc warme lucht-
stroomen, met veel waterdamp bevracht, in koudere strecken, dan
xaX de damp condenseren als regen nedervallen, den dampkring een
lïeef van de drukkiug, die hij uitoefent, doen verliezen, en de baro-
meter zal dalen. Dit heeft in onze streken plaats met de regenbreu-
gettde zuidwesten-winden, eu op andere plaatsen met andere winden.
Jn het algemeen komt dus een lage barometerstand in onze strecken
Toor bij regenachtig weder, en een hooge barometerstand bij droog
veder. — Komen echter in andere landen de warme winden niet
over zee maar over land dan zijn zij droog, terwijl de koude winden,
die over zee komen, daar regen brengen.
Overigens is de kennis van de verschillende omstandigheden , die
barometerstand wijzigen kunnen, niet voldoende om uit dien
stand tot de gesteldheid van het weder te kunnen besluiten.
131. OüT«TAAN VAN DEN WIND, 7JJNE SNELHEID EN KRACHT.
Oader het vorige nommcr hebben wij reeds eenigermate op het ont-
slaan van den wind gewezen. Is namelijk op eenige plaats de lucht
«tfrker verwarmd dan op de omringende plaatsen, dan zal de warme
facht opstijgen cn hare plaats zal door de koudere lagen, die rondom
èle plaats liggen, ingenomen worden, en er ontstaat een luchtstroom.
De opstijgende lucht stroomt op zekere hoogte zijdelings over de
f*^) Steyn Parvé, Natnurkundo, blad?. 294-.