Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-202
Stellen wij nu verder dat bare drukking op zekere hoogte over-
eenkomt met 0,1, 0,01 streep, dan verandert de formule
H =i 18363 (log. 760 — log. B) achtereenvolgens in
H = 18363 (2,8808 —(— 1)) = 71263 el,
H= 18363 (2,8808 —(— 2)) = 89626 „
En nemen wij B = 0, dau is log. B = — <v>, en dus
H = 18363 (2,8808 — (_ ec)) = oj.
De dampkringslucht zal zich dus, als wij 0,01 streep nog meetbaar
stellen, tot eene waarneembare hoogte van ongeveer 90 kilometers
uitstrekken, maar volslagen gemis vau dampkringslucht wordt op
het meest verwijderde punt in de ruimte niet aangetroffen, ofschoon
hare digtheid op eene hoogte vau 90 kilometers slechts één zes-en-
zeventig-duizendste van die aan hot oppervlakte der Aarde bedraagt.
Wij hebben hier de gemiddelde hoogte van de kwikkolom aan
het oppervlak der zee voor onze streken genomen. Niet overal is
die gelijk.
Uit lang voortgezette waarnemingen van den barometerstand op
verschillende uren van den dag kan men den gemiddelden stand
voor eenen bepaalden dag bepalen. De gemiddelde barometerstan-
den vau alle dagen van eenige maand geven deu gemiddelden stand
voor die maand,, en uit de gemiddelde standen van alle maanden
vindt men den gemiddelden stand voor het jaar.
Dc barometerstand is aan wisselingen onderhevig, die of toevallig
of periodiek zijn. De periodieke wisselingen zijn dagelijksche en
jaarlijksche. Bij de dagelijksche wisselingen heeft men opgemerkt
dat gemiddeld des morgens en des avonds omstreeks l(i ure de ba-
rometerstand het hoogst, en des morgens en des middags omstreeks
4 ure het laagst is.
Het verschil tusschen den hoogsten en laagsten stand op eenigen
dag is in de nabijheid van den evenaar het grootst, en op grootere
breedte geringer. Zoo ook is dat verschil in den zomer grooter dan
in den winter.
De gemiddelde barometerstand van verschillende maanden doet
zien dat in de nabijheid van den evenaar in Januarij de hoogste
stand en in Julij de laagste voorkomt. — In het noordelijke half-
rond op grootere breedten komt de hoogste 'jstand in den winter
voor en wol in Januarij of Februarij, doch het verschil tusschen de
gemiddelde standen is daar veel geringer dan nabij de linie.