Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-499
vald wordt, die eene belangrijke spanning verkrijgt, dan zal het
water door het kanaal uitgedreven worden, tot zoolang dat de stoom-
spanning weder evenwigt maakt met de waterkolom in de tuit en met
de atmosphaerische drukking. Op dergelijke wijze schijnt de Kleine
Geysir, een warme springbron op IJsland, te werken.
Loopt een kanaal van de oppervlakte der Aarde tot eene belang-
rijke diepte, dan zal het water, dat dit kanaal vult, op verschillende
diepten, ten gevolge vaa de inwendige aardwarmte, verschillende
warmtegraden hebben, en wel zullen de diepste lagen de hoogste
temperatuur aanwijzen. Daar nu op de onderste lagen behalve de
iitmosplieer eene belangrijke waterkolom drukt, zoo zal daar de
warmte, die het koken of de dampvorming in het water doet ontstaan,
hooger dan 100° C. moeten zijn. Is de temperatuur bij de bedoelde
drukking voldoende om de koking te doen plaats hebben, dan zullen
de zich in het water vormende darnpbliizen het water doen rijzeu
en gedeeltelijk uit het kanaal drijveu, doch de daarbij ontsnappende
dainpblazen hebben aan het water zijue warmte gedeeltelijk ontno-
men. Ten gevolge vau de ontlasting vau water is de drukking op
de lagere lagen nu belangrijk minder, de dampvorming kan bij de-
zelfde temperatuur vau deu grond uu sneller plaats grijpen, en groote
dampblazeu, met geweld opstijgende, werpen het water tot eene
belangrijke hoogte op. Is door die nieuwe ontlasting van water de
drukking op de onderste lagen weder verminderd, dan heeft daar
bij de sterkere hitte uog eene sterkere dampvorming plaats en nog
een krachtiger stoot drijft het water uit het kauaal in de hoogte.
Op deze uitbarstingen volgt een tijd van rust. Eindelijk is het
kanaal weer gevuld; de opborreling vau het water begint na eenigeu
tijd weder, en weldra herhalen zich de uitbarstingen. Op zulke
eene wijze schijnt de Groote Geysir op IJsland te werken, die meu
kan nabootsen door eene ongeveer 2 el lange ijzeren gaspijp, die
vau onderen gesloten is, met water te vullen, en om welke men aan
den onderkant en in het midden gasvlammen laat branden. — Ver-
schillende onderzoekingen hebben het buiten allen twijfel gesteld,
dat de temperatuur in de Geysirbuis met de diepte toeneemt.
Is nu wat Geologen onderstellen waar, dat de Aarde vroeger geheel
gloeijend vloeibaar was, en zijn de planeten even als de Aarde
van de gloeijende vloeibare massa der Zon losgeraakt, dan moeten
ook op de planeten vulkanische verschijnselen kunnen plaats hebben.