Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-197
teu. Zeker echter is het dat de oppervlakte der Aarde in vroegcrcn
tijd warmer dan thans moet geweest zijn.
128. Vulkanen , aardbevingen , warme bronnen. De vulka-
nen en warme bronnen bewijzen ten duidelijkste dat de temperatuur
op eenige diepte in den aardbodem veel hooger moet ziju dnn aan
de oppervlakte. De eersten werpen toch van tijd tot tijd eene gloei-
jend vloeibare massa van gesmolten steensoorten, lava geheeten,
uit, die vau eene zeer hooge temperatuur beneden de oppervlakte
getuigt, terwijl de warme bronnen, die aan de oppervlakte van
haar water eene temperatuur bezitten, die bij sommigen tot de kook-
hitte reikt, mede doen besluiten, dat zich op groote diepte eene oor-
zaak voor dc verwarming van haar water moet aanwezig tijn.
Bij sommige vulkanen ziet men de gloeijende lava als een ziedend
meer in den krater. Dit is bijv. het geval met een vulkaan op het
eiland Hawai.
Dringt het water tot de gloeijende lava onder den berg door,
dan wordt dit in damp veranderd. Deze damp heeft ccnc hooge
spanning, drukt op de vloeibare lava, die dan in deu krater opstijgt en,
hetzij door spleten en scheuren of boven uit den krater, langs den
berg wegvloeit. De waterdamp vindt eindelijk ook eenen weg door
de lava, en in bellen opborrelend ontsnapt hij met groote kracht aan
den krater, ueemt gloeijende slakken, steenen en vulkanische asch
mede, terwijl boven den berg de zich verdigtende damp als een wolk
blijft hangen, die door de gloeijende lava van uit deu krater verlicht
wordt, en zich bij bliksem cn donder in verbazenden regen ontlast.
De waterdamp, dien wij als de oorzaak van de uitbarsting der
vulkanen beschouwden, drukt op de vloeibare lavamassa. Zijn
plotseling ontstaan veroorzaakt welligt een stoot op de oppervlakte
vau dc lava, brengt die oppervlakte in golvende beweging, waar-
door zij zich tegen de vaste aardkorst stoot, onderaardsch gedreun
en gerommel veroorzaakt, en zelfs dc aardkorst in die golvende be-
weging doet deelen, welke beweging men aardbeving noemt. In
het middelpunt van het gebied, dat zulk eene aardbeving doorloopt,
geschiedt dan ook doorgaans dc beweging v.an den grond in verticale
rigting, en daarbij heeft niet zelden scheuring en inzakking van den
bodem plaats.
Wij zullen hier niet wijzen op de verwoestingen, die door de uit-
barstingen der vulkanen en door aardbevingen kunnen worden te