Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
194
liezeif, heeft ten gevolge dat het water vau de poleu naar den
aequator moet toestroomen ten einde het verbroken evenwigt te
herstellen. Stond nu de Aarde stil, dan zoude het zeewater van het
Noorden én Zuiden tot de linie naderen, maar, even als zulks bij het
verklaren van de passaatwinden voor de strooming van de lueht zal
blijken, zou ook het water van den Oceaan, als het geene belem-
meringen ondervond, ten gevolge van de asbeweging der Aarde ten
Noorden van de linie uit eene noordoostelijke en ten Zuiden van
de linie uit eene zuidoostelijke rigting moeten stroomen, en daar,
waar beide stro om rigtingen in de nabijheid van den aequator elk-
ander naderen, zou de stroom van het Oosten naar het Westen gaan.
In de nabijheid vau den aequator loopt dau ook de stroom behou-
dens enkele uitzonderingen, die uit andere oorzaken ontstaan, in
oene rigting van het Oosten naar het Westen, en deze wordt onder-
steund door dc rigting der passaatwinden. — Buiten het gebied der
passaatwinden heerschen, ten Noorden van de linie zuidwesten-winden
en ten Zuiden van de linie noordwesten-winden. Deze winden
schijnen aan de zeestroomingcn, die anders in die streken bijua uit
he'. Noordoosten en Zuidoosten zonden komen, eene andere rigting
te geven, zoodat het water, dat van de noordpoolstreeken komt, door
den wind ten Noorden van den noordoostpassaat uit zijne oorspron-
kelijke rigting gedreven wordt en meer eene rigting uit het Noord-
westen aanneemt, terwijl ten Zuiden van den zuidoostpassaat de
stroom , die van de zuidpoolstreeken komt, eene rigting uit het Zuid-
westen aanneemt. De stroom, die door de Behringstraat in den
Grooten Oceaan valt, en ten Zuiden van de Aleuten eene rigting
uit het Noordwesten heeft, en op genoemde wijze ontstaat, wordt
de Noord-Pacijische Driftsiroom genoemd. Van dezen stroom gaat
een gedeelte langs de kust van Californië als Californiaansche Kust-
stroom en gaat op de kust van Mexico verloren. Het meer weste-
lijke deel van den Noord-Pacifischen Driftstroom wordt door den
noordoostpassaat omgebogen, neemt bij de Sandwichseilanden eene
rigting naar het Westen aan, draagt den naam van Noord-Aeqmto-
Haal stroom en wordt op de Oostkust van Azië omgebogen om als
Japansche stroom noordwaarts te gaan. — De stroomen, die van de
Zuidpool komen, en die, zooals wij boven zagen, eene rigting uit het
Zuidwesten aannemen, voeren den naam van Antarktische Driftstroo-
mm. In het Zuiden van den Grooten Oceaan treft zoodanige stroom