Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-190
gaf, zoodat de Zon omstreeks, 2300 millioen malen meer warmte
moet geven dan de Aarde ontvangt.
124. Warmteverlies door uitstraling. De oppervlakt» der
Aarde neemt in den gloed der Zon eene hoogere temperatuur aan
dan de lucht. De oneffenheid van den grond maakt echter dat de
Aarde na den ondergang der Zon veel warmte door uitstraling ver-
liest, zoodat hare temperatuur dan beneden die vau de lucht kau
dalen. — Alle stoffen, die slechte warmtegeleiders zijn, verliezen
hare warmte ook gemakkelijk, en daarom koelen verschillende stof-
fen op het oppervlak der Aarde, zooals gras, hooi, katoen en der-
gelijken , ten gevolge van de nachtelijke uitstraling zeer af. — Door
proeven met thermometers geplaatst in slechte warmtegeleiders, bijv.
zwanenvedercn, heeft men bevonden dat het verschil tusschen de
luchttemperatuur en de temperatuur van den thermometer in zooda-
nige inrigting, die aktinometei- genoemd wordt, bij overigens gelijke
omstandigheden, aan weinig verandering onderhevig is, zoodat dit
verschil bij hooge of lage temperatuur van de lucht bijna gelijk
is. — Dewijl die uitstraling der warmte in de nachturen in alle
jaargetijden en op alle plaatsen waargenomen kan worden, en de
luchttemperatuur dien ten gevolge niet rijst, zoo moet deze warmte
in de ruimte opgenomen worden, en zal dit'kunnen plaats hebben,
dan moet de temperatuur in de wereldruimte zeer laag, althans lager
dan ergens op de Aarde zijn.
De omstandigheden, die de uitstraling van de voorwerpen aan het
oppervlak der Aarde bevorderen, zijn een heldere hemel en windstilte.
Is de hemel bewolkt, dan wordt de uitstraling daardoor eenigermate
tegengegaan, en de wolken werken dan eveneens als matten, takken
of netten, die men in de tuinen bezigt om gewassen tegen de nacht-
vorst te beveiligen, en waardoor de te sterke uitstraling van warmte
verhinderd wordt. De teedere uitspruitsels der gewassen toch kun-
nen in onze voorjaarsnachten, al blijft de temperatuur van de lucht
boven het vriespunt, zooveel warmte door uitstraling verliezen, dat
zij beneden het vriespunt afgekoeld worden en dus bevriezen, en
daarom is het noodig de sterke nachtelijke uitstraling tegen te
gaan. — Dat de wolken die nachtelijke uitstraling verminderen blijkt
ten duidelijkste, daar bij schier onveranderde luchttemperatuur in
eenen helderen nacht na het opkomen van wolken de temperatuur
van het gras spoedig stijgt.