Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-189
ker tliermische anomalie gelijk is, worden diiLKXom thermische isanoma-
len genoemd. Op kaarten, waarop zulke lijnen voorkomen kan men
dus onmiddellijk nagaan of de gemiddelde temperatuur van eenige
plaats hooger of lager is dan de gemiddelde temperatuur van haren
parallelcirkel.
123. Hoeveelueid zonnewarmte, en opslorping in den damp-
kring. Yolgens genomene proeven zouden onder gunstige omstan-
digheden de zonnestralen loodregt invallende in 5 minuien op een
cirkelvlak van 1 palm middellijn, zooveel warmte geven dat daardoor
1 ons water, als de Zon in het toppunt stond, ruim 6® C. warmer zoude
worden. — Volgens andere proeven verliest de zonnewarmte, als
de stralen verticaal vallen, omstreeks \ door de opslorping in den
dampkring, zoodat zonder die opslorping de temperatuur van boven-
genoemde hoeveelheid water iu denzelfden tijd C. zou gestegen
zijn. — In één uur zou dus die hoeveelheid water ouder dat vlak
96° C. gestegen zijn of een pond water zou in één uur 9,6° C. war-
mer worden, zoodat iu 24 uren 24 pond en in één jaar 8760 pond
water 9,6° C. in warmte zou winnen door de zonnewarmte, die op
boven bedoeld vlak werd opgevangen. Dat vlak zou dan in één jaar
ruim 84000 warmte-eenheden (*) opnemen, zoodat op één vierk. palm
84000 : ^ 71 = 106000 warmte-eenheden zouden opgenomen worden.
Stellen wij nu dat alle zonnewarmte, die de Aarde kan treffen, regt-
hoekig op hare doorsnede D valt, dau ontvangt deze in één jaar
D X 106000 warmte-eenheden, en verdeelen wij die gelijkmatig over
haar geheele oppervlak, dat gelijk 4 D is, dan is de warmte, die elke
vierk. palm van het oppervlak der Aarde in één jaar kan ontvaugen
26500 warmte-eenheden. Daar nu omstreeks 80 warmte-eenheden
een pond ijs van 0°C. tot water vau 0° C. kunnen smelten , zoo zouden
die warmte-eenLeden, als wij het soortelijk gewigt van ijs gelijk aan
dat van water stellen, voldoende zijn om een kolom ijs van 26500 : 80=
330 palm of 33 el hoogte te doen smelten.
Naar onze berekening zou de Aarde in één jaar D X 106000 =
128 trillioen warmte-eenheden van de Zon ontvangen.
Daar echter de Aarde 24000 aardstralen van de Zon verwijderd
is, zoo is de doorsnede van de Aarde 4 X 24000''-maaI kleiner dan
de oppervlakte van een bol, die op genoemden afstand de Zon om-
(♦) Steyn Parvé. Natuurkunde, bladz. 274—278.