Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
sterren op, en de ondergegane sterren ziet men den volgenden avond
op nieuw verrijzen. — In plaats van een half bolvormig gewelf kun-
nen wij ons dus gemakkelijk het hemelgewelf als een holle bol
voorstellen, die in eene bepaalde rigting draait, en waarvan het
oog van den waarnemer het middelpunt is. Die voorstelling wordt
waarschijnlijker, daar men bij ons in sommige strekeu van het hemel-
gewelf sterren ziet, die niet ondergaan, maar geheele cirkels aan
Ivet hemelgewelf beschrijven. Binnen de hemelruimte, door die
cirkels ingesloten, liggen sterren, die wederom kleinere cirkels
beschrijven. Al die ciriels zijn evenwijdig. Binnen die cirkels kan
men aan den hemel een pnnt vinden, dat geen beweging heeft.
Daar nu de bogen van de op- en ondergaande sterren evenwijdig
met de genoemde geheele cirkels zijn, en dc sterren dagelijks in ■
hunne eigene bogen terugkeeren, zoo is het waarschijnlijk dat de
schijnbare wegen, welke door die sterren beneden den horizon aan
het hemelgewelf beschreven worden, ook cirkelbogen zijn. — De
bogen van die cirkels, welke door de sterren beneden den horizon
beschreven worden, noemt men nacktbogen.
8. Parallelcikkels , pool des hemels , poolshoogte. Dc cvcu-
wijdige cirkels, die de sterren aan het hemelgewelf beschrijven,
noemt men parallelcirkels. Stelt nu, fig. 2, het bolvormige hemel-
gewelf voor, zoo als het zich uit een punt M van den horizon
HH'H' vertoont, dan zijn de cirkels AA' en BB' parallelcirkels.
Het punt P aan het hemelgewelf, dat geen beweging heeft, ligt in
de regte lijn, die uit het middelpunt van die parallelcirkels op hun
vlak regthoekig wordt opgerigt, het is de meetkunstige pool van
die cirkels, en wordt de pool des hemels genoemd. — De pool des
hemels, welke bij ons boven den horizon ligt, of de bij ons zigtbare
pool, heet de Noordpool.
De boog PH", welke tusschen de pool P en den horizon op den
verticaalcirkel ligt, die door de pool P gaat, of ook de hoek PMH'
wordt de poolshoogte genoemd.
9. Meeidlaan , culminatiepunt. Sterren, welke in paralleleu
AA' staan, die geheel boven den horizon liggen, gaan niet onder.
Zij beschrijven schijnbaar cirkels om de pool, en worden circum-
polaire sterren genoemd. Sterren, die in parallelen BB' liggen,
welke den horizon snijden, gaan op en onder. Gaan zij bijv. in b
op, dan gaan zij in b' onder. Gaat eene ster S bijv. in b op,