Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-180
ongeveer gelijk aan den dag is, en de hemel doorgaans hij nacht
helder is, verliest de Aarde weder veel warmte door uitstraling,
zoodat daardoor de temperatuur eenigzins gematigd wordt. — Op
grootere breedten vallen, zelfs in de zomermaanden, de zonnestralen
schuin, zoodat de warmtestralen zooveel kracht niet uitoefenen,
eenen längeren weg door den dampkring afleggen, en daardoor meer
warmte verloren hebben, eer zij tot de onderste luchtlagen en den grond
doorgedrongen zijn, terwijl nog de door den grond teruggekaatste
warmtestralen onder scheeve hoeken in de rigting van de polen door
de dampkringslucht gaan. Daar echter blijft de Zon langer boven
den horizon. De nachten zijn korter. De onderste luchtlagen en
de grond kunnen dan belangrijk verwarmd worden. In de winter-
maanden vallen echter de zonnestralen daar zeer schuin; de Zon
blijft korten tijd boven den horizon, en door uitstraling gaat cr ge-
durende de lange nachten veel warmte verloren.
Binnen de Poolcirkels treffen in het winterhalfjaar de zonnestra-
len den grond in het geheel niet, en in het zomerhal^aar, zelfs
wanneer de Zon het hoogst is, ontvangt de Aarde door de zonne-
stralen, die als het ware rakelings langs den grond gaan en eenen
langen weg door de koude dampkringslucht afleggen moeten, zeer
weinig warmte, zelfs terwijl de Zon den geheelen dag boven den hori-
zon blijft, zoo dat de koude daardoor slechts weinig gematigd wordt.
118. Gemiddelde temperatuur. Dc temperatuur van de on-
derste luchtlagen is aan gestadige verandering onderhevig. In de
morgenuren stijgt zij in den regel om in de namiddaguren te dalen;
in sommige maanden wordt de lucht warmer, in andere maanden
neemt hare temperatuur af. Geenszins is deze gang in dc ver-
andering van de temperatuur regelmatig voor eene zelfde plaats:
want verschillende omstandigheden kunnen maken dat de temperatuur
op eenige plaats belangrijk rijst of daalt, — en de belangrijkste
oorzaken daarvan zijn de stroomingen in den dampkring of de win-
den, de meerdere of mindere bewolktheid van den hemel en de
plotseling vallende regens. — Iedereen toch weet bij ondervinding dat
in den zomer somwijlen zeer koude dagen worden aangetroffen, en
dat daarentegen de temperatuur in den winter somtijds veel te hoog
is. — Deze onregelmatigheid in den loop van de temperatuur van
de benedenste luchtlagen heeft de natuurkundigen naar eene gemid-
delde temperatuur doen zoeken.