Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-178
graden van de bogen, die in de schemering zijn, den tijd der sche-
mering, zoo als in het volgende tafeltje wordt aangegeven.
Breedte Boog in de schemering Duur van de schemering
10 grad. 18°17' 1 uur 13 min.
20 „ 19°11'30" 1 „ 17 „
30 „ 20''54'30" 1 „ 24 „
40 „ 23°57'30" 1 „ 35 „
50 „ 28°43'30" 1 „ 55 „
60 „ 38°10'30" 2 „ 33 „
70 „ 64°37'30" 4 „ 18 „
72 „ 90° 6 „ 0 „
Hieruit blijkt dat de astronomische schemering met de aardrijks-
kundige breedte toenaemt, en dat er op eene breedte van 72° en
hooger geen volslagen nacht kan voorkomen, als de Zon in den
aequator is. — De verandering in den stand der Zon brengt eehter
in den duur van de schemering eenige wijziging, zoodat die in de
zomermaanden iets langer zal zijn.
16. WARMTEVERSCHIJNSELEN OP DE AARDE EN IN
DEN DAMPKRING.
117. Vekwaesiing van de aaede dook de zonnestralen. De
warmte, die de Zon ors toezendt, schijnt, volgens (106), warmte te
zijn, die het groote gloeijende ligchaam der Zon uitstraalt. — Was
de Aarde een ligchaam, welks bolvormig oppervlak overal eveneens
gevormd was, dan zouden de verschijnselen, door de warmte vau de
Zon ;te weeg gebragt, zeer regelmatig afwisselen. De afwisselingen
van water en land, van hoogten cn laagten, van begroeiden en
onbegroeiden grond, van eene zwartachtige en meer witte opper-