Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
■168
Tormen, de brekingshoek bij a gelijk bi, die bij b gelijk b, die bij
c gelijk ba en die bij d gelijk bi zijn, dan heeft men als de bre-
kingsexponenten voor de opvolgende lagen m, ns, ns, en n» zijn:
sin. i = ni sin. bi,
sin. bi = na sin. bs,
sin. ba = na sin. ba,
sin. ba = m sin. bi, waaruit
sin. i = ni na na n» sin. bi of sin. i = n sin. b.
Hieruit blijkt, dat de brekingsexponent van de onderste laag ten
opzigte van de ruimte buiten den dampkring, gelijk moet zijn aan
het product van de brekingsexponenten, die de opvolgende lagen
van mindere of meerdere digtheid ten opzigte van elkander hebben,
en dat dus 'uit den brekingsexponent van eenen straal, die uit eene
luchtledige ruimte in de onderste of digste luchtlaag komt, de ware
rigting kan afgeleid worden, in welke men eene ster, van welke die
straal kwam, gelegen zal zijn.
Gaat een lichtstraal uit het luchtledige over in lucht van 0° C.
bij eenen barometerstand van 760 streep, dan is (*) de brekings-
exponent n == 1,000294, en dus is
sin. i = 1,000294 sin. b.
Daar nu echter de invallingshoek het complement is van de hoogte
boven den schijnbaren horizon, en de brekingshoek gelijk is aan het
complement van de schijnbare hoogte boven den schijnbaren horizon,
zoo is, als wij die hoogten h en h' noemen:
cos. h = 1,000294 cos. h'.
Dewijl echter de barometerstand, de temperatuur en andere om-
standigheden invloed op den brekingsexponent uitoefenen, zoo zullen
wij voor eenen gemiddelden barometerstand en eene temperatuur van
10° C. den brekingsexponent 1,00028 nemen, om daarnaar te bepa-
len hoeveel de schijnbare hoogte grooter dan de ware is, of hoeveel
de atmosphaerische refractie bedraagt voor verschillende schijnbare
hoogten. — Nemen wij om een voorbeeld te nemen de schijnbare
hoogte h'=60°, dan is
cos. h= 1,000£8 cos. 60°,
cos. h = 0,50014 of
h=59°59'26",7.
(*) Steyn Parve'. Natuurkunde, bladz. 587.