Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-156
99. Maanclrkel, Guldengetal, Epacta. Uit de lengte van
het jaar en den synodisehen omloopstijd van de Maan kan men
opmaken, dat 19 zonnejaren gelijk aan 235 maneschijnen zijn, en
dat dns na 19 jaren de Nienwe en Volle Manen nagenoeg op de-
zelfde dagen van het jaar znllen ■ voorkomen. Die tijdkring wordt
maancirkel genoemd. De tijdrekening naar maaneirkels was reeds in
430 vóór onze jaartelling in Griekenland in gebruik. Onze jaartel-
ling is met die tijdrekening zoodanig in verband gebragt dat in het
laatste jaar van eenen maancirkel de Nienwe Maan op 1 Januarij
valt, en dat dus het volgende jaar het eerste van eenen nieuwen
maancirkel is. Zoo was het jaar 1 van onze tijdrekening het tweede
van eenen nieuwen maancirkel. — Wil men dus van eenig jaar bepa-
len hoeveel maaneirkels er sedert het jaar 1 verloopen zijn, dan telt
men bij het jaartal 1 op, deelt de som door 19, dan geeft het
quotiënt het aantal maaneirkels aan, terwijl de rest der deeling aan-
toont welk jaar van den loopenden maancirkel men heeft. Dat loo-
pende jaar wordt aangegeven door het guldengetal .— Zoo is van
1865 het guldengetal aldus te vinden:
■ 1865 -fl
geeft tot quotiënt 98 maaneirkels,
19
en
de rest der verdeeling geeft tot guldengetal 4, zoodat 1865 het
4'"' jaar van eenen nieuwen maancirkel is.
Valt de Nieuwe Maan niet op 1 Januarij, dan heeft de Maan op
dien dag van de laatste Nieuwe Maan afgerekend zekeren ouderdom ,
die in ronde dagen uitgedrukt de epacta genoemd wordt. Die ou-
derdom kan van O tot 29 of 30 dagen gerekend worden. Oudtijds
gebruikte men de epacta om den ouderdom van de Maan op lede-
ren dag van het jaar te bepalen. Thans wordt dat getal alleen
gebruikt om de kerkelijke feestdagen te bepalen. — Dewijl 12 ma-
neschijnen van 29 dag. 12 ur. en 44 min. (70) gelijk zijn aan 354
dag. 8 ur. en 48 min., zoo ziet men dat 12 maneschijnen 10 dag.
21 ur. 1 min. korter zijn, dan een jaar van 365 dag. 5 ur. 49 min.
Valt dus in eenig jaar de Nieuwe Maan op 1 Januarij, wanneer de
Maancirkel vol is, dan zal op den volgenden 1 Jannarij het gulden-
getal 1 zijn, terwijl de maansouderdom in ronde getallen dan 11
dagen zal bedragen, zoodat dan de epacta ook 11 is.
. Wil men nu voor eenig jaar de epacta voor de Juliaansche tijd-
rekening vinden, dan vermenigvuldigt men het guldengetal met 11,