Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
149
onderhevig. Arcturus, Aldebaran, Pollux, Antares en Beteigenze
zijn rood; Sirius, Spica, Wega, Deneb en Regulus zijn wit. Geel-
achtig zijn Procyon, Altair, de Poolster en ß in den Kleinen Beer.
Nog andere sterren doen zich in andere kleuren voor.
94. Dubbele steeeen. Lichtpunten aan het hemelgewelf, die
zich voor het bloote oog als eene enkele ster voordoen, blijken door
kijkers somwijlen uit twee of meer sterren te bestaan, die daarom
dubbele sterren genoemd worden. Men is tot de overtuiging gekomen
dat velen van die dubbele sterren niet alleen voor het oog digt bij
elkander schijnen en dus zoogenaamde optische dubbele sterren zijn,
maar dat er onder voorkomen, die tot elkander in eene bepaalde
betrekking staan, en daarom physische dubbele sterren heeten. —
Gewoonlijk is de eene van deze dubbele sterren kleiner dan de andere.
Zoo is bijv. van de poolster, de eene van de tweede en de andere
van de elfde grootte. Castor bestaat uit eene ster van de derde en
eene van de vierde grootte. De ster Mizar in den staart van den
Grooten Beer is vergezeld van de ster Alkor of het Ruitertje, die
door een ongewapend scherp oog gezien kan worden, en door eenen
goeden kijker ziet men dat Mizar zelve nog eene dubbele ster is.
Bij vele dubbele sterren heeft men eene wijziging in den betrekke-
lijken stand waargenomen, zoodat zij om elkander schijnen te bewe-
gen, en zoo heeft men van eenige dubbele sterren de omloopstijden
kunnen bepalen, die echter zooveel jaren bedragen, dat de beweging
eerst na lang herhaalde waarneming merkbaar wordt. — Bij som-
mige dubbele sterren is de kleur van beiden verschillend.
9ä^ Beweging tan eenige vaste steheen. Tot hiertoe hadden
wij den onderlingen stand der vaste sterren als onveranderlijk aan-
gemerkt. Uit de waarneming der dubbele sterren is gebleken, dat
dit niet volkomen juist is, maar bij naauwkeurig onderzoek is uit-
gemaakt dat eenige vaste sterren werkelijk van plaats veranderen.
Men heeft bevonden dat er zijn, die jaarlijks eenige seconden ver-
plaatst worden. En ligt is het mogelijk ja zelfs waarschijnlijk dat
allen eene eigene beweging hebben, die door den onmeetbaren af-
stand, waarop zij zich bevinden, nog niet is kunnen waargenomen
worden.
96. Beweging van ons geheele planetenstelsel. Ofschoon
de verplaatsing der vaste sterren in verschillende rigtingen geschiedt,
zoo schijnt zich toch eene hoofdrigting nsar een bepaald punt te