Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
iU
Zon veroorzaakt met die van de Maan zamen. In het tweede geval
valt de ebbe door de Zon veroorzaakt op de plaatsen, waar de Maan
vloed doet ontstaan. Bij Nieuwe en Volle Maan is dus de vloed
grooter dan bij de kwartiermanen.
De invloed van de aantrekkende kracht van de Maan op deelen
bij het middelpunt der Aarde is, als men den afstand van de Aarde
tot de Maan gelijk d, en de massa der Maan gelijk m stelt, af-
hankelijk van de waarde . Bij het punt a is die invloed, als
de straal der Aarde gelijk r genomen wordt, afhankelijk van
= S + + + enz. Het verschil van den invloed der
(d—d
aantrekking op beide punten wordt bepaald door -gj- enz.
of daar ^^ en de volgende termen ten gevolge van de betrekkelijk
groote waarde van d zeer klein worden, zoo is het verschil van den
invloed dier aantrekkingen of de grootte van den vloed bij a afhanke-
.... 2mr
l)jk van -jr-
Voor de Zon zal dan de grootte van den vloed, dien zij op de
Aarde op het naast bij haar gelegene punt doet ontstaan afhanke-
2 M X r
lijk zijn van de waarde van —gj—, als M de massa der Zon, r
den straal van de Aarde, en D den afstand van de Aarde tot de
Zon voorstelt. Nu is echter ongeveer M = 36000000 m, en D =
400 d, en dus is
2Mxr 2 mrx 36000000 „ 2mr
=-d^X400' =0,5X-^ ongeveer,
zoodat de vloed door de Zon veroorzaakt omstreeks half zoo groot
is als die, welke de Maan veroorzaakt, en bijgevolg zal bij Nieuwe
en Volle Maan de vloed 3-maal grooter zijn dan bij de kwartier
manen. In het eerste geval spreekt men van springvloed en in het
tweede van dood getij.
Was het oppervlak der Aarde geheel met water bedekt, dan zou
het verloop van den vloed zeer eenvoudig zijn. In de rigting van
het vlak van de ekliptika zou dan de hoogste vloed zich altijd be-
vinden op die plaatsen, welke in de lijn liggen, die het middelpunt