Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-142
zij om de Zon bewegen, en de massa en dus ook de aantrekkende
kracht van dat ligchaam verreweg die van al de planeten te zamen
overtreft (87).
Een gevolg van deze storingen is de verandering, die wij in de
elementen van de loopbanen der planeten hebben leeren kennen,
zooals de verandering in den scheeven stand der ekliptika, de voor-
uitgang van het perihelium en dergelijken, die seculaire storingen
genoemd worden. — Bepaalt men naar de bekende elementen de
loopbaan van eenige planeet, dan zal de planeet nog eenige afwij-
kingen van die baan ondergaan, welke periodieke storingen genoemd
worden. — Al die storingen hebben echter geenen invloed op de
groote as van de loopbaan van eenige planeet, en dus ook niet op
den omloopstijd. — Dewijl nn de storing, wanneer eenige planeet
een ander ligchaam nadert, van diens massa afhankelijk is, zoo
heeft men uit die storingen kunnen besluiten tot de massa's van
die planeten, welke geene bijplaneten hebben. — Op dergelijke
wijze werd uit de storingen in de baan van Uranus tot het bestaan
van Neptnnus besloten, en de berekening bragt het zoover dat men
de plaats bepaalde, waar die onbekende planeet zich moest bevin-
den, die dan ook werkelijk in 1846 daar gevonden werd. — Ook
de loopbanen der kometen ondergaan zulke storingen. Zij worden
in de nabijheid van planeten belangrijk uit hare banen getrokken,
zoodat daardoor haar omloopstijd gewijzigd, en haar baan veran-
derd worden kan. — De kometen zeiven hebben echter, voor zoover
men heeft kunnen nagaan, geene storingen in de loopbanen der pla-
neten te weeg gebragt, zoodat hieruit volgt dat hare massa in
vergelijking met die der planeten zeer gering moet zijn.
De storingen in de loopbaan van de Maan laten zich gemakkelijk
verklaren. Bij Nieuwe Maan is de Zon digter bij de Maan dan bij
Volle Maan, terwijl de afstand van de Aarde tot de Zon in den
tijd van eene omwenteling van de Maan weinig verandert. In het
eerste geval wordt dus de Maan meer dan de Aarde en in het
tweede geval de Aarde meer dan de Maan aangetrokken door de
Zon, zoodat de elliptische baan, welke de Maan om de Aarde door-
loopen zou, als er geen Zon was, door den invloed der Zon be-
langrijk moet gewijzigd worden. — Bevindt zich de Aarde het digtst
bij de Zon, dan zal de storende invloed van dat ligchaam grooter
.zijn, dan wanneer zij het verst van de Zon verwijderd is, en daar-