Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-440
Namen der hemelligehamen. Massa. Volume. Digtheid.
Zon. 359551,00 1404600,00 0,26
Maan. 0,01 0,02 0,56
Mercurius. 0,07 0,06 1,12
Venus. 0,89 0,96 0,92
Aarde. 1,00 1,00 1,00
Mars. 0,13 0,14 0,95
Jupiter. 343,11 1404,00 0,24
Saturnus. 102,68 830,00 0,12
Uranus. 14,44 44,00 0,33
Deze waarden ecliter zijn niet anders dan benaderde waarden, die
bij onderscheidene schrijvers verschillend worden opgegeven.
Wil men de digtheid der hemelligehamen met die van eenige be-
kende stof bijv. met die van water vergelijken, dan is het noodig
dat men vooraf de digtheid van de Aarde bepale.
Ten gevolge van verschillende onderzoekingen, die wij hier niet
zullen vermelden, heeft men de gemiddelde digtheid der Aarde op
5,5-maal die van water bepaald, zoodat het binnenste van de Aarde
digtere stoffen moet bevatten dan haar korst.
Dewijl nu de invloed van de aantrekkende kracht van een hemel-
ligchaam op eenig ligchaam aan zijn oppervlak afhankelijk is van
zijne massa en gedeeld door het vierkant van den afstand van zijn
middelpunt tot dat ligchaam of door het vierkant van zijnen straal,
zoo hebben wij, als wij de versnelling van de zwaartekracht op de
oppervlakte van de Aarde g=9,8 el nemen, voor de versnelling g'
op eenige planeet, welker straal r' en welker massa m' is, terwijl
de straal van de Aarde r en hare massa m is:
g : g' = m r" : m' r* of
. m'r'
Stellen wij echter de massa van de Aarde m = 1 en haren straal
r = l, danis