Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-139
maan gedeeld door de tweede-magt van den omloopstijd dier maan
staat tot de derde-magt van den afstand dier planeet tot de Zon
gedeeld door de tweede-magt van den omloopstijd dier planeet. —
En evenzoo zijn dan de massa's van twee planeten regtstreeks even-
redig met de derde-magten van de gemiddelde stralen van de banen
harer manen en omgekeerd evenredig met de vierkanten van de om-
loopstijden dier manen.
Hieruit is het nu gemakkelijk de betrekking te bepalen tusschen
de massa's van de Zon en van planeten, die manen hebben.
Helderen wij dit met een enkel voorbeeld op. Nemen wij de
massa van de Aarde m == 1, de massa van de Zon gelijk M, den
afstand van de Maan tot de Aarde r = 60 aardstralen (56), den
afstand van de Aarde tot de Zon of E, = 24000 aardstralen (55),
dan staat r : II = 1 : 400 , en wij hebben, als t de omloopstijd van
de Maan en T die van de Aarde is:
r' R'
m:M = ^ : of ook naar (70) en (34)
, „__1_ (^00)'
^'•^'■-(iliY "(3651)"
M= (j^f^ X 400'= 350000 ruim, zoodat de massa
van de Zon meer dan 350 duizend maal grooter is dan die van de Aarde.
Op gelijke wijze kan men de massa's vergelijken van twee plane-
ten, die manen hebben. Laat de massa van de Aarde m = l, de
massa van eenige planeet m', den afstand van de Maan tot de
Aarde r, en den afstand van de andere planeet tot hare maan r'
zijn, terwijl de omloopstijden van beide manen t en t' zijn, dan is t
, r' r"
m:m en
, r"t'
Door deze en andere berekeningen en waarnemingen is men er
toegeraakt om de massa's van al de planeten te bepalen, en dewijl
de massa door het volume gedeeld de digtheid van eenig ligchaam
oplevert, zoo heeft men voor verschillende hemelligehamen de vol-
gende betrekkelijke waarden gevonden, waarbij die van de Aarde
als eenheid zijn aangenomen.