Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-136
drieh. ABM = drieh. BB'M = drieli. BCM,
„ BCM= „ CC'M= „ CDM,
want van elk paar opvolgende driehoeken kan men aantoonen dat
zij gelijke basis en gelijke hoogte hebben.
De kracht, die een ligchaam, hetwelk eene beweging om een
middelpnnt heeft, naar dat middelpunt trekt, noemen wij middel-
punttrekkende kracht of eentripetaalkrachl. Het is dus hoogst
waarschijnlijk dat de inertie de hemelligehamen in beweging houdt,
en dat in het ligchaam, waarom zij wentelen, eene kracht zetelt, die
hen in hunne kromlijnige banen houdt.
Onderzoeken wij nu, volgens welke wet deze kracht werkt met
betrekking tot de afstanden van de hemelligehamen.
Wij hebben gezien dat volgens de derde wet van Keppler, als
van twee planeten de omloopstijden T en t en de stralen harer
banen R en r zijn:
In (28), onder 2°, hebben wij gezien, dat de weg, dien een
ligchaam, dat om een middelpunt beweegt, ten gevolge van de middel-
pnnttrekkende kracht in een tijdsdeel eenen weg f zal afleggen, die
als zijn afstand tot het middelpunt r, zijn omloopstijd t en zijne
snelheid c is, bepaald wordt door de formnle
, c' , ^ 2r7i .
f of daar c = ~ is, zoo is
f =
t' •
Voor een ander ligchaam zal dan, bij den afstand R en den om-
loopstijd T, de weg, dien het in een tijdsdeel naar het middelpunt
aflegt, voorgesteld worden door
- IJ'S •
Wij hebben dus:
Of
f = r = Of
T" R ï' R'.
f: r = -r : - , eu daar nu volgens het bovenstaande -3- is,
t r li