Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-128
Manen van Jupiter Afstand tot dc pla- neet in stralen van Jupiter Afstand tot dc planeet in mijlen Ware middellijn Siderische omloops* tijd.
late 6,05 58294 529 1,769 dag.
2dc 9,62 92827 475 3,551
3de 15,35 148078 776 ■ 7,154
4de 27,00 260450 664 16,689 „
Dewijl de helling van de banen dezer satellieten ten opzigte van
den aequator en de baan van Jupiter zeer gering is, en Jupiter in
vergelijking van deze bijplaneten zeer groot is, zoo heeft er op
Jupiter bij eiken omloop van deze ;nanen eene zons- en maansver-
duistering plaats. Alleen bij de vierde heeft de omwenteling veelal
zonder verduisteringen plaats. — Van de Aarde laat zich het ver-
dwijnen der trawanten in de schaduw van Jupiter gemakkelijk waar-
nemen. De afstand, waarop deze manen in den sehaduwkegel der
planeet verdwijnen, ligt des te verder van de planeet, naarmate
Jupiter verder van de conjuuctie of oppositie met de Zon verwijderd
is. — Op dit belangrijke verschijnsel komen wij nader terug.
79. Manen van saturnus. De wachters van Saturnus, welker getal
voor zoover bekend is, acht bedraagt, zijn veel moeijelijker waar
te nemen dan die van Jupiter. Alleen de zesde in volgorde is het
gemakkelijkst te zien en deze werd daarom ook het eerst ontdekt.
Deze manen wijken weinig van het vlak van den ring af; alleen de
zevende heeft eene vrij belangrijke afwijking en wel van 22°29'.
De grootte dier manen is niet voldoende bekend. De zesde schijnt
de grootste te zijn. De afstanden zijn van 2,5- tot 64,4-maal den
straal van Saturnus, terwijl de omloopstijden van 0,94; tot 79,3 dag
bedragen.
80. Manen van uranus en neptunus. De manen van Uranus, zoo
ver men heeft kunnen ontdekken, zijn zes in getal. Hare afstanden
tot de planeet beloopen vau 15- tot 104-maal den straal van de
planeet. De omloopstijden zijn van 5,9 tot 307,7 dag.
De manen van Uranus bewegen zich in vlakken, die met de
ekliptika zeer groote hoeken maken, — iets dat bij de andere bij-