Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-120
ms. — Is de Maan in M» aangekomen, dan zien wij de Maanschijf
zoodanig yerlicht dat de westelijke boog een halve cirkel is, en de
oostelijke boog gaat door de uiteinden van dien halven cirkel, en
snijdt den oostelijken straal van de schijf half door, zoodat zij zich
als m. voordoet. — Is de Maan in Ms, dan is de naar de Aarde
gekeerde helft geheel verlicht. Wij zien haar dan, als ms, en noe-
men haar Volle Maan. — Is de Maan in Mc, dan is hare naar de
Aarde gekeerde zijde gedeeltelijk verlicht. De oostelijke boog van het
verlichte gedeelte van de maanschijf is een halve cirkel; de weste-
lijke boog van het verlichte gedeelte snijdt den westelijken straal
ongeveer op de helft en gaat door de uiteinden van den halven
cirkel. De schijngestalte van de Maan vertoont dan m«. — Is de
Maan in Mt, dan is hare schijf voor ons half verlicht, en wel aan
de oostzijde, zooals m-, en wij noemen het laatste kwartier. — In
den stand Ms is het verlichte gedeelte van de maanschijf aan de
oostzijde een halve cirkel. De westelijke boog van het verlichte
gedeelte snijdt den oostelijken straal bijna middendoor, en gaat door
de uiteinden van den halven cirkel, en zij heeft dan de schijnge-
stalte ms.
Op dergelijke wijze als wij de schijngestalten of phasen van de
Maan verklaard hebben, kan men ook die van Mercurius en Venus
verklaren, waarvan wij in (67) onder 1° en spraken.
Ten tijde van de Nieuwe Maan culmineert de Maan, zooals wij
zagen ongeveer gelijktijdig met de Zon. Ten tijde van het eerste
kwartier culmineert zij ongeveer 6 nren later dan de Zon, zoodar
de Maan des avonds aan den westelijken hemel schittert. Als het
Volle Maan is, culmineert de Maan ongeveer 12 uren na de Zon en
dus omstreeks middernacht, zoodat zij omstreeks den tijd van on-
dergang van de Zon opkomt. Ten tijde van het laatste kwartier
culmineert de Maan 6 uren eerder dan de Zon, zoodat zij na mid-
dernacht aan den oostelijken hemel schittert.
Dewijl deze schijngestalten van de Maan uit haren omloop om de
Aarde verklaard worden, zoo is het duidelijk dat de Maan een don-
ker ligchaam is, dat door de Zon verlicht wordt. — Even zoo moet
men van de Maan in hare verschillende standen de Aarde verschil-
lend verlicht zien.
Is de Maan inMi, dan is de daar zigtbare schijf van de Aarde ge-
heel verlicht. Jn den stand Ma van de Maan ziet men van haar