Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-9
is, één vierde van haren weg om de Aarde hebben afgelegd
en dus in Mi staan. Is de Aarde in As, dan heeft de Maan
eenen halven omgang om de Aarde volbragt en zij is in Mi.
Is de Aarde in Aa, dan heeft de Maan drie vierden van haren
loop om de Aarde afgelegd, en zij is dus in Ms, terwijl de stand
van M» den stand van de Maan aangeeft, als de Aarde in A» is.
De Maan is dus van M door Mi, M2 en Ms nafft- M«. gegaan en
haar middelpunt heeft dus eene kromme lijn beschreven, die gedeel-
telijk buiten, gedeeltelijk binnen de lijn ligt, welke het middelpunt
van de Aarde om de Zon beschrijft. Wil men de juiste verhouding
bij de constructie van de loopbaan van de Maan in acht nemen, dan
moet de straal van den boog PQ, naar (55) en (56), 400-maal groo-
ter zijn dan dc afstand van het middelpunt van de Maan tot het
middelpunt der Aarde.
72. Schijngestalten van de maan. Dewijl de Zon omstreeks 400-
maal verder van dc Aarde verwijderd is dan de Maan, en de middellijn
van de Zonneschijf 112-maal grooter is dan die van de Aarde en
de middellijn van de loopbaan van de Maan 60-maal grooter is dau
dc middellijn van de Aarde, zoo zullen de Aarde en de Maan op
elk punt van haren weg minstens half verlicht wezen en hare ver-
lichte zijde naar de Zon gekeerd hebben. — Stelt dan, in fig. 39, A
dc Aarde, en M, Mi, Ma enz., de Maan voor, dan zullen al de
verlichte helften van deze ligchamen naar dezelfde zijde gekeerd
zijn, zoo als de fig. doet zien. Van de Aarde kan men natuurlijk
slechts het halve oppervlak van de Maan in den vorm van eene
cirkelvormige schijf zien. — Bevindt zich de Maan in den stand Mi,
dan keert zij ons hare donkere zijde toe. Hare schijf is dus on-
zigtbaar en wij noemen deze schijngestalte Nieutce Maan. Zij gaat
dan ongeveer gelijk met de Zon door den meridiaan. — Nadat de
Maan één achtste van hare baan heeft afgelegd, is zij in Mz aange-
komen. Wij zien haar oostelijk van de Zon. Op de Aarde ziet men
de Maanschijf aan de westzijde verlicht. De westelijke boog vau
die schijf is een halve cirkel. De oostelijke boog gaat van de beide
uiteinden van den westelijken boog en deelt den westelijken straal
van de maanschijf ongeveer midden door, zoodat de Maan de ge-
daante mz vertoont. — In den stand Ms zien wij de maanschijf juist
voor de helft en wel aan de westelijke zijde verlicht, en wij noemen
die schijngestalte eerste kwartier; de Maan vertoont zich dan als