Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-117
70. Siderische en synodische omloopstijd van de maan. — De
tijd, dien de Maan behoeft om eenen geheelen loop om de Aarde
te volbrengen, d. i. de tijd, die er verloopt tusschen twee gelijk-
tijdige culminaties met eene zelfde ster, wordt haar sideruche omloops-
tijd genoemd. Deze bedraagt 27 dag. 7 ur. 43 min. en 11^ sec.
Even als de planeten kan de Maan met de Zon in conjunctie en
in oppositie zijn. Beide standen noemt men Syzigiin. De tijd, die
er tusschen twee opvolgende conjuncties, of tusschen twee opvol-
gende opposities verloopt, wordt de synodische omloopstijd genoemd.
Deze bedraagt 29 dag. 12 ur. 44 min. en 2,9 sec. — Het ver-
schil tusschen beide omloopstijden laat zich gemakkelijk verklaren,
want in den tijd dat de Maan om de Aarde den weg van 360° be-
schrijft, is de Aarde, als wij dien omloopstijd op 27^ dag stellen,
^^ X 360° in hare baan vooruitgegaan , of schijnbaar
is de Zon evenveel graden oostelijk in de ekliptika verplaatst.
Zal dus de Maan in denzclfden stand met de Aarde en de Zon
komen, waarin zij op een gegeven tijdstip was, dan moet zij dat
getal graden nog inhalen, en daartoe heeft zij nog noodig den tijd
, 27i „ /360 360 \ , ,
van omstreeks gg-— X 360 :1 ^—36¥|/ "
De synodische omloopstijd is dus omstreeks 2 dagen en 5 uren lan-
ger dan de siderische omloopstijd van de Maan.
71. Ware loopbaan vaji de maan. De schijnbare middellijn van
de Maan is niet altijd even groot, zoo als reeds in (56) gebleken is.
De afstand van de Maan tot de Aarde is dus veranderlijk. De
schijnbare voortgang in hare baan is ook niet gelijkmatig. Zij loopt
het snelst bij den kleinsten afstand van dc Aarde. — Uit een en ander
besluit men dat die baan ellipsvormig moet zijn. De uitmiddel-
puntigheid van deze ellips is 0,0548 of ongeveer ^an de halve
jroote as.
Het vlak van de loopbaan der Maan maakt met de ekliptika
eenen hoek van gemiddeld 5»8'49'. Alzoo snijdt de loopbaan van
de Maan den Zonsweg in twee punten, knoopen geheeten. De knoo-
pen zijn zeer veranderlijk. Zij verplaatsen zich van het Oosten naar
het Westen, zoodat de lijn, die de knoopen verbindt, in 18 jaar
218 dag. 21 ur. 22 min. en 46 sec. eene geheele omwenteling
maakt, en dus jaarlijks ongeveer 19° westelijk verplaatst wordt. Op