Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
413
5°. Saturnus. De buitenplaneet Saturnus, die gemiddeld 9|-maal
verder van de Zon verwijderd is dan de Aarde, levert daarom wei-
nig afwisseling in grootte op tusschen haren stand in oppositie en
conjunctie. De sterkte van het licht en de warmte van de Zon zijn
op haar oppervlak daarom 90-maal minder dan op de Aarde. Hare
asbeweging geschiedt in 10 uren en 29 minuten, zoodat de afplat-
ting belangrijk moet zijn, en op gesteld wordt. De hoek, dien
haar aequator met de loopbaan maakt, is 28°40', zoodat dc afwis-
seling der saizoenen zeer merkbaar is, en elk saizoen duurt meer
dan 7 jaren. — Saturnus heeft iets eigenaardigs dat de andere pla-
neten missen. Zij is omgeven van eenen ring, die vrij van de
planeet met haar steeds in dezelfde helling ten opzigte van de eklip-
tika voortbeweegt, en in eiken stand van de planeet evenwijdig aan
zich zeiven blijft even als dit met den aequator der Aarde het geval
is. Deze ring is breed, maar dun. Ongeveer in het midden vau
het teeken X, dus nabij het teeken Y vertoont zich, uit de Zon
gezien, de ring als eene regte streep over het midden van de schijf
van Saturnus en werpt dan geen schaduw op haar ligehaam. Tus-
schen de teekens n en 55 wordt de bovenzijde van den ring ver-
licht. Eeue lijn, uit het middelpunt der Zon naar het middelpunt
van den ring en van de planeet getrokken, maakt met haar vlak
eenen hoek van ruim 28°. De bovenhelft van Saturnus verdonkert
de van de Zon afgekeerde zijde van den ring gedeeltelijk, en het
onder de loopbaan liggende deel van den ring werpt zijne schaduw
op de planeet zelve. — Tusschen de teekens TTP en is de ring
weder als eene lijn over Saturnus merkbaar, en tusschen de punten
/ en ziet men uit de Zon den ring van onderen verlicht. De
schaduw van den ring valt op het bovenste deel van de pianeet en
de schaduw van de planeet valt op de onderzijde van dat gedeelte
van den ring, dat onder hare baan ligt. Van de Aarde gezien,
ondergaan deze verschijnselen geen belangrijke wijziging, en daar
Saturnus omstreeks September 1865 in het teeken 1Tl overgaat, en
en in 1862 en 1863 haren ring als eene min of meer breede lijn
vertoonde, zoo zien wij nu den ring aan de onderzijde. Die ring
zal zich meer en meer openen tot in het begin van 1870, om
zich daarna weder meer en meer te sluiten, en in 1877 en 1878
weêr als streep op Saturnus te verschijnen. — Deze ring schijnt
volgens gedane waarnemingen te bestaan uit twee concentrische
10