Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-112
Zonsondergang aan den oostelijken hemel. — In de kwadratuur is
hare schijf aan de van de Zon afgekeerde zijde een weinig verduis-
terd. — De aandachtige beschouwing van hare vlekken heeft doen be-
sluiten tot eene asbeweging in 24 uren en 27 minuten. — Zij heeft
slechts de grootte van omstreeks ^ van de Aarde. — Bij hare polen
bemerkt men door eenen kijker witte, heldere vlekken, die kleiner
worden als de Zonnestralen meer invloed op die plaatsen uitoefe-
nen, en toenemen als de Zon zich meer van de polen verwijderd.
Hieruit besluit men, dat daar ijs- en sneeuwvelden zijn, zoodat Mars
dan ook water en eenen dampkring zou hebben. De waarneming
van die vlekken heeft doen besluiten, dat haar aequator eenén hoek
van 28''42' met het vlak van hare baan maakt, zoodat op haar eene
afwisseling van saizoenen moet plaats hebben even als op de Aarde
en wel om de 172 dagen. — De afwisselende tinten van haar op-
pervlak hebben zelfs tot eenen plantengroei doen besluiten. — De
sterkte echter van het licht en de warmte van de Zon is op Mars
of ongeveer 2i-maal minder dan op de Aarde.
4°. JupiiEK. Uit de betrekkelijke afstanden van Jupiter en van
de Aarde tot de Zon volgt dat de schijf van deze buitenplaneet zich
bij de oppositie ongeveer 2j-maal grooter zal vertoonen dan bij de
conjunctie. De afwisseling van de schijngestalten is even onvolko-
men als bij Mars. De ware middellijn van deze planeet is ruim
11-maal grooter dan die van de Aarde, maar haar groote afstand
doet haar niet zoo zeer in het oog vallen als Mars en veel minder
dan Venus. — Door een goeden kijker neemt men op Jupiter pa-
rallele donkere streepen waar, waarvan omstreeks het midden van
de schijf er twee bijzonder merkbaar zijn. De vlekken op haar op-
pervlak hebben tot eene asbeweging in 9 uren en 55 minuten doen
besluiten, zoodat de afplatting aan de polen voor dat groote ligchaam
belangrijk moet zijn, en op gesteld wordt. — De helling van
den aequator ten opzigte van de baan is bij die planeet op ruim
3° gesteld, zoodat de afwisseling der saizoenen naauwelijks merkbaar
moet zijn. — De invloed van het licht en de warmte der Zon is er
wel 27-maal minder- dan op de Aarde. Daarbij duurt de dag er
slechts hoogstens 5 uren, zoodat de warmte door de Zon aangebragt
er uiterst gering moet zijn.
Deze planeet is vergezeld van vier bijplaneten, waarover wij later
«uilen handelen.