Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-108
haren siderischen omloopstijd gelijk x dagen, terwijl die van de
Aarde 365:J- dag is, dan hebben wij voor den tijd, die tusschen
twee op elkander volgende gelijknamige conjuncties verloopt:
(365i-x) 116 = 365Jx,
4814-x = 42369, en
x = 88 dagen, de siderische omloopstijd.
Dat Mercurius een donker ligchaam is, hetwelk door de Zon ver-
licht wordt, blijkt uit de waarneming van het verlichte gedeelte van
hare oppervlakte. Is haar middellijn het kleinst, dat is^ als zij in
de bovenste conjunctie is, dan is haar voor ons zigtbare helft ge-
heel verlicht. Is hare middellijn het grootst en dus in de onderste
conjunctie, dan zien wij haar als een donkere schijf, zoodat het
verlichte gedeelte van ons afgekeerd en naar de Zon gerigt is. Zien
wij haar oostelijk van de Zon, en dus in de avondschemering, dan zien
wij haar als half donkere schijf, zoodanig dat de verlichte helft naar
de Zon en dus naar het Westen gekeerd is, en wordt zij in de mor-
genschemering of westelijk van de Zon gezien, dan is zij wederom
als half donkere en half verlichte schijf waarneembaar, maar de ver-
lichte helft ligt dan aan de oostzijde. Zij doet zich dus voor onder
schijngestalten of phasen, even als wij die bij de Maan waar nemen.
De sterrekundigen meenen waargenomen te hebben dat Mercurius
door eenen dampkring omgeven is, en op hare oppervlakte bergen heeft.
Dewijl haar afstand van de Zon tot dien van de Aarde tot de
Zon ongeveer in reden staat als 4 tot 10, en de sterkte van de
warmte of van het licht van eenige licht- en warnitegevend voor-
werp bij overigens gelijke omstandigheden in omgekeerde vierkante
reden is van den afstand van dat voorwerp (*), zoo moeten op Mer-
curius het licht en de warmte van de Zon, als daartegen geene ons
onbekende beletselen bestaan, ('^)' = 6|-maal sterker zijn dan op
de Aarde, waarom het duidelijk is dat de natuurkundige gesteldheid
op haar oppervlak geheel anders moet zijn dan op de Aarde.
Men heeft tevens aan die planeet eene beweging om hare as be-
merkt, waartoe zij 24,096 uur en dus ruim 1 dag behoeft. Hare
(*) Steyn Parvé. Natnurk. bladz. 564 en bladz. 233 en 234.