Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
10"
Voor Mercurius
zouden dergelijke opgaven evenzeer kunnen gevonden worden,
maar deze planeet is altijd zoo nabij de Zon, dat zij voor het bloote
oog niet zigtbaar is.
Tot de plaatsbepaling van de planeten behoort nog de kennis van
haren afstand van den Zonsweg of hare breedte. — De lengte van
den klimmenden knoop hebben wij in (65) opgegeven. Daaruit is
ongeveer de lengte van den dalenden knoop te bepalen. In de knoo-
pen hebben de planeten geen breedte. Voor de genoemde planeten
hebben wij in vollemaansmiddellijnen.
Namen der planeten Ware lengte Grootste afatand ekliptika van de
Mercurius 137° 14 maansmiddell. noord
317 14 „ ■ zuid
165 6f noord
Venus 345 6ï zuid
Mars 136 3,7 noord
316 3,7 zuid
Jupiter 189 noord
9 2y „ zuid
1 j 203 5 noord
Saturnus 23 5 „ zuid
67. Nadeeb beschouwing van de planeten. Om het behan
delde over de planeten en hare betrekking tot de Zon aan te vullen
zullen wij ieder der planeten afzonderlijk in behandeling nemen.
1». Meecueius. Deze planeet, die het digtst bij de Zon is
kan daarom enkel bij morgen- of avondschemering gezien worden
en wel omstreeks hare grootste elongatie (60). Beschouwt men haar
door eenen kijker, dan ziet men dat haar middellijn zeer verander'
lijk is, zoodat men hieruit tot hare beweging om de Zon heeft kun
nen besluiten. Uit den waargenomen synodischen omloopstijd kan
haar siderische omloopstijd berekend worden : want neemt men waar
dat haar synodische omloopstijd bijv. 116 dagen is, en stelt men