Boekgegevens
Titel: Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Auteur: Steynis, J.
Uitgave: Rotterdam: W.L. Stoeller, 1866
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 G 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203641
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Kosmografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek voor de beginselen der kosmographie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-96
in die banen hoofdzakelijk van het Westen naar het Oosten, even
als de schijnbare beweging van de Zon in de ekliptika plaats heeft.
Somtijds echter is in eenig gedeelte van de baan de beweging van
eene planeet schijnbaar tegengesteld aan de genoemde, waarna zij
weder in de vorige rigting voortgaat. Geschiedt de beweging in
de rigting van het Westen naar het Oosten, dan is zij regiloopend,
in het andere geval terugloopend, In den tijd van den overgang van
de eene soort van beweging in de andere schijnt de planeet niet
van plaats te veranderen, ef stationair te zijn.
60. Elongatie, conjunctie, kwadratuur, oppositie. Het
verschil in lengte van de Zon en van eene planeet wordt de
elongatie van de planeet genoemd. Deze bedraagt voor Mercu_
rius nooit meer dan 22® en voor Yenus nooit meer dan é8®. De
overige planeten kunnen eene elongatie hebben tot 360°, en dus
iu alle hoekafstanden voorkomen. Mercurius eu Venus zijn dus altijd
zeer nabij de Zon, en kunnen dus slechts kort voor of i^a deu op-
of ondergang van de Zon gezien worden. — Heeft eene planeet
gelijke rectascentie met de Zon, of met eene andere planeet en gaat
zij dus met haar gelijk op en onder, dan zegt men dat zij in con-
junctie is. Is het verschil in regte opklimming van de Zon en eene
planeet 90®, dau is zij in kwadratuur. De tijd, die er tusschen de
culminatie vau de Zou en de planeet verloopt, is dan 6 uren.
Is het verschil in regte opklimming van de Zon en eene planeet
180®, dan wordt zij gezegd iu oppontie te zijn. Zij culmineren dan
12 uren na elkander. — Mercurius eu Yenus kunnen dus met de
Zon nooit iu kwadratuur, noch in oppositie zijn. Bij die twee pla-
neten onderscheidt men eene boven- en beneden-conjunctie. De eer-
ste heeft plaats als de planeet van de Westzijde naar de Oostzijde
van de Zon gaat, en de andere als zij van de Oost- naar de West-
zijde overgaat.
61. Synodische, siderische en tropische omloopstijd, klim-
mende en dalende knoop. Bij eene aandachtige beschouwing van
den loop der planeten ziet men dat de regtloopende snelheid voor
de planeten Mercurius en Yenus het grootst is ten tijde vau de
bovenste conjunctie, terwijl de terugloopende beweging het snelst
is bij de onderste conjunctie. Bij de andere planeten heeft het eerste
plaats ten tijde vau de conjunctie en het andere ten tijde van de
oppositie. Brengt men biermede in verband dat de planeten in glans